Evangelische Roze Vieringen

Overdenking ‘Hoe gaat het nou echt met je?’
bij Psalm 13

door Markus Koolwaay

25 juli 2010

OVERDENKING

Herkent u het volgende? Je wandelt in een prachtig landschap, er is van alles te zien en te genieten, maar je bent vooral aan het nadenken of aan het praten als je samen met iemand anders bent. Het gaat over allerlei dingen die je bezighouden, maar je ziet niet de schoonheid om je heen: de kleuren van een bloem, de vorm van een boom of een vogel die zweeft op de wind.

Zoals dat met het landschap om ons heen gaat, zo gaat het vaak ook met ons innerlijke landschap, onze gevoelens en verlangens. We zijn overal mee bezig en gaan van het ene project naar het andere, van de ene gedachte en emotie naar de volgende maar dringen nooit echt door tot de kern.

We hebben vaak nauwelijks contact met ons innerlijk. We laten ons voortjagen en afmatten, en onze ziel… ‘Ziel? Wat bedoel je?’ En dat is eigenlijk best wel vreemd. Want als je naar onze samenleving kijkt dan valt op dat er veel belangstelling is voor de ziel, voor bezield leven, voor spiritualiteit.

Kijk maar eens hoe zeer Boeddha is opgerukt in onze maatschappij. Steeds meer mensen hebben een Boeddhabeeld thuis. De invloed van de christelijke kerk neemt af, terwijl mensen toch behoefte hebben aan spiritualiteit. Dit vertaalt zich in de aanschaf van een Boeddhabeeld dat ze dan in de woonkamer zetten om zo hun spirituele kant uit te drukken.

Een ander voorbeeld is de toenemende ruimte voor spiritualiteit op het werk. Zo hebben zelfs bedrijven meditatieruimtes. De ziel doet er toe ook op de werkvloer. Als we het dus hebben over de ziel, hebben we het over iets wat over de volle breedte van ons leven belangrijk is.

Niet alleen als we nadenken over levensvragen, maar ook als we een zakelijk gesprek voeren, sporten of boodschappen doen. Je ziel heb je namelijk altijd bij je! Je kunt je autosleutels of agenda thuis laten liggen. Maar je ziel, die heb je altijd bij je, die kun je niet vergeten… Of toch wel?

Daarom stellen we vandaag niet die heel bekende vraag: ‘Hoe gaat het met je?’ We antwoorden dan vaak: ‘Goed hoor’ (en we denken: ‘Maar niet echt’). Of we antwoorden: ‘Druk, druk, druk!’ Want dat is sociaal gezien het meest wenselijke antwoord. Daar maak je indruk mee, het lijkt te betekenen dat je vol in het leven staat, en waarschijnlijk geloof je dat dan zelf ook nog.

Nee, wij stellen vandaag dus een andere vraag, namelijk de volgende: ‘Hoe gaat het met je ziel?’ Bij deze dus: Hoe gaat het met je ziel? … Ik kan me voorstellen dat je wat verlegen bent met die vraag, misschien wel begint te zweten. Wat moet je daar nu op antwoorden? Wat is dat: ziel? Kun je dat voelen of zo? Kun je het beschrijven, kun je het aanraken?

Ondanks die onwennigheid, stel ik toch maar gewoon voor om eens wat langer naar die vraag te luisteren. Om de vraag te ontvangen als een uitnodiging om eens echt te kijken naar je innerlijke landschap en er niet al pratend aan voorbij te lopen. Wat gebeurt daar? Welke emoties en diepste verlangens kom ik daar op het spoor? Welke pijn ligt daar te wachten op wat liefdevolle aandacht? Eventjes maar…een beetje aandacht. Is er misschien iemand die een beetje interesse voor me heeft? …Of weten wij misschien niet eens hoe het er binnen in ons uitziet? Willen wij het wel weten?

‘Hoe gaat het met je ziel?’ En dan komen we op het gebied dat van oudsher zielzorg heet. Vandaag de dag spreken we over pastoraat. Maar eigenlijk past dat oude woord veel beter, juist in de kerk. Zorgen voor je ziel. Dat is wat we allemaal nodig hebben. Dat is waar al die mensen die zoeken naar spiritualiteit behoefte aan hebben: een stukje zorg voor de ziel. Niet een Boeddhabeeld, Mariabeeld of een kruis met Jezus er wel of niet aan.

Zorgen voor je ziel. Dat willen de mensen. En wat hebben wij als gemeente van Jezus Christus dan te bieden? … Zou onze eerste opgave niet het bieden van zielzorg moeten zijn? Daar buiten op straat maar ook hier in ons midden. Is dat niet waar het werkelijk om gaat?

Als we willen zorgen voor ons lichaam, dan weten we wel hoe dat moet: je kunt gaan joggen, naar een sauna,  fitnesscentrum, of een beautysalon gaan. Je kunt minder eten om af te vallen. We weten wel hoe we moeten zorgen voor ons lichaam (we doen het niet altijd). Maar hoe zorg je voor je ziel? Weten we wel hoe dat moet? En wie helpt ons daarbij? Wie is er in Godsnaam toe in staat om op dat gebied ook maar iets voor zichzelf te betekenen? Wie weet hoe dat gaat? Zorgen voor je binnenkant…  En dan plotseling is er zo’n korte, haast onbeduidende tekst in de Bijbel. Psalm 13.

De Psalmen vormen als het ware het kloppende hart van de Bijbel, omdat er zoveel emotie in zit en ze daardoor erg dichtbij komen. In Psalm 13 die door David geschreven is valt de nood op waarin hij verkeert. Hij heeft heel veel tegenslag gekend in zijn leven. Bijvoorbeeld de periode dat hij achtervolgd werd door Saul en van de ene schuilplaats naar de andere moest vluchten. Soms was er gebrek aan eten en drinken, soms was er ‘s nachts geen rust. David verloor kinderen en zijn beste vriend Jonathan.

Hij kende de ervaring zich door God verlaten te voelen. Hij wist wat het betekende om te vrezen voor je leven, om alleen te zijn, om misschien wel niemand te hebben die ook maar een momentje aandacht voor hem had. Iemand die zo veel meemaakt produceert geen teksten met goedkope antwoorden, maar doorleefde Psalmen waarin iets gebeurd.

En vanuit dat lijden richt hij zich tot God: ‘Hoe lang nog, Heer, zult u mij vergeten?’ Want zo voelt David het diep van binnen. Zou God nog wel bij hem zijn? Zou Hij nog wel in David geïnteresseerd zijn? Zouden die woorden die de Heer aan de hogepriester had gegeven om zijn volk te zegenen, zouden die nog wel waar zijn en zouden ze nog wel voor hem gelden? ‘De Heer zegene u en Hij behoede u. De Heer doe zijn aangezicht over u lichten.’ Zou God dat echt gemeend hebben?

Ik merk wel eens dat wij christenen het er moeilijk mee hebben om deze angsten en twijfels, die we allemaal wel eens hebben, te uiten. Ergens hebben we toch het idee dat het niet mag. Dat je wat meer vertrouwen moet hebben. Maar de Psalmen zijn woorden die God ons geeft om onze gevoelens naar hem toe te uiten en wie zijn wij dan om die woorden, die hij ons geeft, af te slaan?

‘Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen?’ En natuurlijk had David heel andere zorgen dan wij, in een andere situatie in een andere tijd. Maar het mooie is dat wij de Psalmen ook in onze situatie, los van David, bidden mogen. Ze gelden ook voor ons.

En we mogen onze eigen zorgen invullen. Zorgen die ons belasten. En wat kunnen dat er veel zijn: zorgen om ziekte en het mogelijke verlies van een naaste, zorgen om onze kinderen die misschien wel een heel andere weg kiezen dan wij willen, zorgen in onze relaties waarin het zo anders kan gaan als wij het ooit voor mogelijk hebben gehouden, zorgen omdat we ons eenzaam voelen, zorgen omdat je niet geaccepteerd wordt vanwege je homoseksualiteit, misschien je ouders, vrienden en zelfs de kerk niets meer met je te maken willen hebben, zorgen omdat je werkloos bent, zorgen vanwege psychische problemen, zorgen omdat er een diep en onvervuld verlangen in ons woont dat we misschien niet eens kunnen omschrijven, maar het is er wel… dat verlangen.

Psalm 13 zegt: luister naar je ziel, voel wat er binnen in je is, kijk er eens goed naar, accepteer het, besteed er aandacht aan en laat de zorgen niet verborgen liggen op de bodem van je ziel, waar ze je ongemerkt van binnenuit kapot maken. Breng ze maar te voorschijn. Benoem ze maar hardop, en breng ze in gebed bij de Heer. Maar laat ze niet daar binnen zitten waar ze je pijnigen. We hoeven ons niet te schamen. Niets is zo erg dat het God choqueren kan.

Maar dan nog een keer die vraag: Wat is de ziel dan wel precies? Dat is een belangrijke vraag want we hebben dus gezien dat je hem vergeten of verwaarlozen kunt.

Laten we eens kijken naar een aantal teksten uit de Psalmen waarin het over de ziel gaat om te ontdekken welke emoties en verlangens er met die ziel verbonden worden.

a) Psalm 13:2: Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen?
b) Psalm 42:2: Zoals een hinde verlangt naar water, zo smacht mijn ziel naar u, o God
c) Psalm 43:5: Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij.
d) Psalm 103:1: Prijs de HEER, mijn ziel, prijs, mijn hart, zijn heilige naam.
e) Psalm 131:2: Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij.

Prachtige teksten die onze diepste gevoelens beschrijven. Als je al die uitdrukkingen op je in laat werken, dan weet je veel over de ziel en het wezen van de ziel. Je ziel dat is die:

1. kwetsbare binnenruimte, die open kan staan zodat er van alles naar binnen kan komen, aan goeds en aan lelijks. Maar die kan ook gesloten worden: je sluit je af voor alles en iedereen om jou heen.

2. plaats van onze gevoelens van vreugde en verdriet, wanhoop en hoop. Beide kanten dus: positief kan de ziel juichen; negatief kan de ziel terneer geslagen en onrustig zijn.

3. kern van waaruit we verlangen naar werkelijk contact met onze medemens en met God. Dat is de plaats waar jij en ik, waar God en jij elkaar raken. Wil je echte ontmoeting? Dan open je ziel, want alleen jij kunt hem openen.

En zo wil ik Psalm 13 dus aanbieden als een Psalm om te zorgen voor je innerlijk. We gaan hem nog eens samen lezen en laten we proberen de beweging die de ziel maakt in deze tekst mee te maken. Het gaat van klagen, via vragen naar je laten dragen. We lezen de Psalm nu in drie gedeelten.

David begint met klagen:

Hoe lang nog, HEER, zult u mij vergeten, hoe lang nog verbergt u voor mij uw gelaat? Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen en mijn hart door verdriet overstelpt, dag aan dag? Hoe lang nog houdt mijn vijand de overhand?

Zo mogen ook wij klagen. We mogen alles wat er in ons leeft aan God vertellen en we zullen van Hem erkenning ontvangen – dat alleen doet al zo goed. ‘Hoe lang nog, Heer?’ Het is zo moeilijk om alleen verder te moeten gaan. Hoe lang nog red ik het, Heer, om te vechten voor mijn relatie, voor mijn kinderen, voor mijn werkplek, voor acceptatie thuis en in de gemeente?

Alles mag naar God toe worden uitgesproken. Als we echt klagen, als we echt alles aan Hem vertellen dan hebben we ten diepste contact. Zo is klagen niet negatief, in tegendeel, er is contact en alleen daardoor al vindt genezing plaats.

Het volgende dat David doet is vragen:

Zie mij, antwoord mij, Heer, mijn God! Verlicht mijn ogen, dat ik niet in doodsslaap wegzink. Laat mijn vijand niet roepen: ‘Ik heb hem verslagen,’ mijn belagers niet juichen omdat ik bezwijk.

Vanuit onze klacht mogen we aan God vragen of Hij ons verder wil helpen. We hebben al gezien hoe goed is dat we ons verhaal bij God kwijt kunnen, maar we mogen ook nog eens zijn hulp inroepen. Want God wil niet dat we ten onder gaan.

En dan in het laatste stukje komt het vertrouwen:

Ik vertrouw op uw liefde: mijn hart zal juichen omdat u redding brengt, ik zal zingen voor de Heer, hij heeft mij geholpen.

En als we eenmaal in de beweging van de ziel zijn meegegaan, van klagen naar vragen, dan neemt de Geest zelf ons mee en gaat ons dragen. Hij opent in ons een nieuw vertrouwen op God! Gedragen door Gods liefde. En dat is nu juist het doel van zorgen voor je ziel: gedragen door Gods liefde.

Ga maar klagen bij God. Ga maar vragen aan God. En de Geest zal je dragen naar God, en je zult zijn onvoorwaardelijke liefde ervaren. Hoe slecht het ook met je gaat en wat je ook gedaan hebt. Steeds weer kun je die beweging van de ziel meemaken. Klagen, vragen en dragen!

En zo wil ik jullie vragen je te openen en contact op te nemen met onze hemelse vader. Die erop wacht dat wij hem werkelijk zoeken. In Jeremia 29, 13-14 staat: Jullie zullen mij zoeken en ook vinden, als jullie mij tenminste met hart en ziel zoeken. Ik zal me door jullie laten vinden – spreekt de Heer.

Wij mogen daarop vertrouwen. Hij belooft het ons.

Het is moeilijk om jezelf te openen. Je voelt je zo kwetsbaar. Maar God maakt daar geen misbruik van. Hij wil dat we werkelijk leven … door en met hem.

Open je ziel en keer terug naar Jezus, onze herder, want Hij is de ware herder van onze ziel. Zoals Petrus zegt (1 Petrus 2:25): Eens dwaalde u als schapen, nu bent u teruggekeerd naar hem die de herder is, naar hem die uw ziel behoedt.

Amen.


 

Contact