Evangelische Roze Vieringen

Overdenking ‘Wees blij!’
bij Psalm 19: 8-15 en Marcus 9: 36-41

door Gea Voerman

27 september 2009

OVERDENKING

Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Wees blij, gaf ik op als thema.
Kreeg ik van Cees de vraag: met een vraagteken of met een uitroepteken?!
Nu vraag ik je! Natuurlijk met een uitroepteken!
Of, om het in het NederDutch te zeggen: Be gay!
Wees blij dat je jezelf mag zijn.
Hier, samen en bij God.
Dat is het thema.

Ja, en dan kom ík aan met de vreugde der wet
Alsof de meeste aanwezigen hier niet hardlopend heen zijn gekomen, achtervolgd als ze zich voelden door anderen die hen al jaren om de oren hebben geslagen met de wet en de geboden.

Daar had ik toch wel een beetje rekening mee mogen houden, niet?
Nou nee, ik denk van niet.

Ik denk dat de Wet en de geboden, de inzettingen en de voorschriften, nét zo goed Gods lof zingen, zoals de psalmdichter ons voorhoudt, als de blauwe lucht, de zon, de maan en de sterren…
Ik zal het uitleggen…

Een kind dat opgroeit zonder duidelijke regels wordt onzeker.
Want de samenleving vereist nu eenmaal regels. Als je iets samen wilt doen, of dat nu een spelletje is, of vrijen, samenwonen of samen vieren (je zou eens moeten weten wat een afspraken, mails, telefoontjes etc achter de schermen nodig zijn voor een dergelijke dienst!) of  samen werken, je hebt altijd afspraken nodig.

Samenleven is een spel dat niet zonder regels kán, regels die dan ook niet van de ene dag op de andere mogen veranderen, want dan weten we niet meer waar we ons aan te houden hebben, en dat maakt ons kriebelig en vervelend.
Jonge kinderen merken dat de regels vaak veranderen zonder dat dit wordt verteld: de schaar, waar ze gister niet aan mochten zitten, mogen ze nu even netjes aan mama geven.
Heel verwarrend, en dus proberen ze steeds even uit of ouders vandaag menen wat ze zeggen, en of dat nog hetzelfde is als straks of gisteren. Want je weet maar nooit. En wij als ouders maar denken dat ze gewoon vervelend zijn…

Maar ook de meeste volwassenen leven niet graag in een anarchistische maatschappij, omdat je er dan niet op kunt rekenen dat de bakker brood bakt, en dat loodgieter bereid en in staat is je dakgoot te repareren, als je ‘m al te pakken krijgt, wat tegenwoordig nog een hele kunst is.

Er zijn onderzoeken gedaan waaruit blijkt, dat kinderen uit het feit dat ouders hen regels stellen, en de moeite nemen die af te dwingen en te onderbouwen, afleiden dat hun ouders van hen houden. Want die hebben aandacht voor hen. Zo voelt dat.

Kortom: we hebben regels nodig in het omgaan met God en met mensen!

Als we regels herkennen als rechtvaardig, redelijk en duidelijk kunnen we daar veel plezier van beleven, ook al gaan ze soms in tegen ons eigen belang van dat kleine moment.

De dichter van psalm 19 zegt dat de regels van God wijsheid geven aan mensen die het anders ook niet zo goed weten.
Ze zijn helder en eenduidig. Waarachtig, rechtvaardig.
En als je respect hebt voor God, door die leefregels, dan heb je daar voor altijd iets aan.

Je hebt er meer aan dan aan een zak vol goud, een grote cheque van de postcodeloterij, en het is zoeter dan de zuiverste honing.

Kijk, hier gaat het in de psalm niet meer over de waarde van regels in het algemeen, maar het wordt op de mens gespeeld.
Het is waardevol voor de dichter als man.
Het wordt door de man teruggespeeld naar zijn eigen leven. Hij laat zich er door verlichten.
Het loont om je er door aan te laten spreken, vindt hij...
Er rekening mee te houden.
Dat is zijn eigen ervaring.
Aan zo’n persoonlijk verhaal heb je iets.
Meer dan aan een knappe preek of een betoog in het algemeen.
Als Luther me vertelt dat hij een hectische dag beter aan kan door van te voren een extra lange stille tijd te houden, sta ik daar voor open.
Hij staat dan vroeger op, schrijft hij, de nacht is korter, maar de dag is beter vol te houden.
Hij is ervaringsdeskundige, en als je naar hem luistert, kun je zelf beproeven of het voor jou ook werkt.
Zo willen we van elkaar wel leren…

Als iemand me vertelt dat je zulke spannende boeken kunt vinden in een bepaalde winkel, dan denk ik: de moeite waard om er eens langs te gaan.
Dat soort dingen.

Zo vertellen mensen elkaar ook over hun omgang met God.
En ook over de vraag hoe ze met die regels omgaan.
Het kan je natuurlijk overkomen, dat je niet weet hoe je in een specifieke situatie moet handelen.
Elke Nederlander wordt geacht de wet te kennen, staat in het wetboek van strafrecht, maar niemand verwacht dat echt van je, totdat je per ongeluk iets verkeerds doet.
Gelukkig kom je er ook meestal wel met een waarschuwing van af, als het de eerste keer was en als je aannemelijk kunt maken, dat je dít nu echt niet wist.

Het zijn de vergissingen, de missers, waar de psalmdichter het over heeft. God zal hem die wel vergeven. Vast. En ons ook.

Maar God moge hem en ons allemaal behoeden voor de fouten die we bewust maken. Omdat we, volgens ons, zélf wel kunnen bepalen wat goed voor ons is, want als we dat denken houden we vaak geen rekening met de ander. Dat is nou echt zonde.

Dan ben je bij God ook niet aan het goede adres.
Want die vraagt net het tegenovergestelde van ons.

Hij vraagt ons níet met de ellebogen te werken, zodat we ruimte krijgen voor onszelf en voor onze dierbaren, zoals we de hoogmoedige uit de psalm zien doen, en zelfs Johannes uit het Evangelie die men anders vaak zachtmoedig noemt, maar die hier de bijnaam, die Jezus hem gaf: zoon van de donder, ruimschoots waar maakt… Zo moet het dus niet…
Integendeel: God vraagt ons ruimte te maken in ons leven voor de ander.
Zodat die blij kan zijn, en zichzelf

Nu kennen we allemaal wel mensen, kerkeraden, overheden, die dát in hun zak kunnen steken.
Mensen die ons hebben gekleineerd, beschadigd misschien, die ons niet toestonden onszelf te zijn, blij te zijn, met onze eigen specifieke mogelijkheden.
Maar dit is niet de manier van kijken die Jezus ons aanreikt.

Als je met één vinger naar een ander wijst, wijzen er drie naar jezelf, placht mijn moeder te zeggen.
En als de leerlingen hun Meester wijzen op iemand die zij niet goed genoeg vinden om mee te spelen, gaat hun Meester op de hurken zitten, en neemt een klein kind in de armen.
Een kind dat je geen voordeel brengt, dat niet voor je kan werken, niets voor je kan bereiken, een kind dat alleen maar zorg nodig heeft, aandacht en liefde vraagt.
Zó moet je met elkaar omgaan, zegt Jezus.
Je moet iemand waarvoor je zorgen kunt welkom heten.
In de armen sluiten.
Laten merken dat je blij bent dat zij of hij er is.

Als je dàt doet, zal ook Jezus zich bij je welkom voelen.
Dan komt Godzelf graag bij je over de vloer.
Om dat simpele bekertje water, dat kleine gebaar, die aandacht, die zo weinig kost, maar waardoor de ander voelt: ik mag er zijn. Ik dóé er toe.

Want ach, lieve mensen, die Wet en die geboden, die inzettingen en die voorschriften, die zijn door Jezus Zelf samengevat in: houd van God met al wat in je vermogen ligt, en houd van je naaste als van jezelf.

En dat vertaalt zich in kleine dingen. De glimlach van een kind.
Een schouderklopje van de Heer.
Dat is kostbaarder dan goud, en zoeter dan honing – dat kan ik onderschrijven.
En je wordt er blij van.
Je beseft: ik mag er zijn zoals ik ben.
Dat geeft je de kracht en de energie om zelf inspiratie te vinden in het voorbeeld van Jezus, die de vleesgeworden Wet van God is, en in de leefregels, die het samenleven met andere kinderen van God makkelijker maken.

God houdt van je. Zoals je bent.
Nu is het verder aan jou.
Maak een ander blij.
Dat is plezierig voor jou en mij.
Enne… laten we ons dan maar niet beperken tot ‘ons soort mensen’. Dat is een heilloze weg, zoals we in het Evangelie zien…
We moeten elkaar niet uitsluiten, maar we moeten elkaar liever omarmen, zoals Jezus doet.
Dàn kunnen er wonderen van liefde opbloeien.
Wees blij, want dat is de Wet en de geboden.
Amen.

Contact