Evangelische Roze Vieringen

Overdenking ‘Taal van het hart’
bij Genesis 11: 1-9 en Handelingen 2: 1-13

door Fride Bonda

eerste Pinksterdag, 31mei 2009

OVERDENKING

Heel veel mensen doen het de laatste tijd: korte berichtjes sturen met je mobieltje; sms-jes, een snelle manier van communiceren.
Niet alleen jongeren, ook ouders en ouderen sms-en. Het is een middel om contact te houden met je kinderen, met je kleinkinderen.
Ik las een keer dat een meisje haar opstel op school in sms-taal geschreven. Dat vond de leraar niet goed. Hij maakte zich zorgen om haar taalvaardigheid en eiste dat ze haar opstel herschreef in de gangbare woordtaal. Dat was een paar jaar geleden. Maar nu is er een bijbel in Sms-taal.
Taal verandert; taal is in beweging, reageert op uitvindingen en ontwikkelingen.
Er is smstaal, er is straattaal, jongeren met verschillende moedertalen hebben een eigen taal ontwikkelt waar ze elkaar in begrijpen. Het is eigenlijk heel fascinerend wat er in deze tijd gebeurt op het gebied van taal en dat is van alle tijden.
Toen de stoommachine werd uitgevonden begin van de 19e eeuw, konden mensen eindelijk stoom uitblazen!
En tegenwoordig als we iets vergeten zijn, zeggen we verontschuldigend: het staat nog niet op mijn harde schijf. Vandaag is de computer bepalend voor het taalgebruik. Mensen gaan zich anders uitdrukken, woorden krijgen andere betekenissen, tekens krijgen nieuwe waarde.
Taal brengt mensen bij elkaar, die zich herkennen in een taalgebruik; maar taal kan ook andere mensen uitsluiten. Zij die de taal niet kennen. Door taal groeien mensen naar elkaar en uit elkaar. Het is een beweging zo oud als de mensheid.

Een oud verhaal daarover hebben we gelezen.
Mensen één van taal, één van streven. Het klinkt heel goed en harmonieus, Niemand buitengesloten  daar bij de bouw van de toren van Babel., zou je zeggen.
Wat zou het dan toch zijn dat de Eeuwige neerdaalt en besluit om verwarring te zaaien? Zoals de verteller dat zo beeldend neerzet?
Ach, zeggen folklorekenners, dat verhaal zegt niet anders dan hoe mensen in die oude tijden verklaarden dat er verschillende talen zijn. Dat is één ding.
Het verhaal heeft nog een andere lading. Er klinkt ook in door dat met het bouwen van die hemelhoge toren mensen ernaar streven om het leven te willen beheersen.

Een toren waarvan de spits in de hemel reikt. Dat wil zoiets zeggen als: het leven moet overzichtelijk en beheersbaar zijn. Nooit meer verdwalen in het woud van leven. Onberekenbare krachten moeten we overwinnen, zodat die krachten ons niet overwinnen.
Mensen willen groot zijn, in hun kunnen en in hun kennen; laten zien dat je het leven in de hand hebt. Mensen willen niet bang zijn, overgeleverd aan de machten, liever zijn mensen machtig.
Toen was het een toren. Nu is dat wetenschap. Vooral in de gezondheidszorg willen mensen onberekenbare ziektes voorkomen. Maar het leven is niet in alle opzichten maakbaar. De speling van de natuur, de geaardheid van mensen, de wisselvalligheid van energie, het leven gaat niet altijd zoals je wilt.
De schaduwkanten van het leven willen de meeste mensen liever niet zien. Maar ze zijn er wel. Kinderen worden geboren en mensen sterven, niet allemaal na een rijk en gezegend leven; het hele leven is in beweging van ontstaan naar versterven. Een eeuwige kringloop van komen en gaan.
Uitvindingen worden gedaan, die de kansen van leven vergroten, maar soms toch ook het leven beklemmen, omdat er steeds meer keuzemogelijkheden zijn. In die veelheid, in die kwetsbaarheid, in de onberekenbaarheid klampen vele mensen zich vast aan zekerheden. Maar de grilligheid van leven kunnen we niet overstijgen, doormeer te weten, meer te kunnen, of meer te hebben.

Misschien was het daarom dat de Eeuwige neerdaalde uit de hemel, om mensen te bevrijden van hun vermeende zekerheden? Om ruimte te scheppen voor andere lagen van het bestaan. Is het niet zo dat juist door het besef van kwetsbaarheid er  waardering is voor het leven dat er is. Dat kwetsbaarheid ontzag en eerbied oproept omdat we niet alle gebeurtenissen in de hand hebben.
Die verwarring in taal daar bij de torenbouw, is het ook niet een manier van zeggen om ruimte te scheppen voor andere lagen in het bestaan, ruimte voor verwondering, dat er in alle kwetsbaarheid, kracht en schoonheid is.
Dat we leven, dat we werken, dat we liefhebben .

Nu is het zo, dat we dit een mooi verhaal kunnen vinden, en wie weet zegt u, die uitleg spreekt me wel aan; dat is mooi.
Maar om die verwarring mee te maken, is niet mooi, dat is vaak heel pijnlijk. Want ook wij in ons leven maken die verwarring in taal echt wel mee. We hoeven maar te denken aan ouders en kinderen die elkaar niet meer verstaan, omdat hun belangstelling, hun cultuur uit elkaar gegroeid is;  dat kunnen we zelf ervaren als het bijv. om geloofstaal gaat; daar kunnen mensen zo anders mee omgaan. Woorden in de bijbel geven de ene mens zekerheid en begrenzing over hoe je kunt, hoe je mag leven. Een ander geven diezelfde woorden, vrijheid, ruimte voor eigen interpretatie en intuïtie.
Het kan verwarrend zijn dat talen die in wezen dichtbij elkaar liggen elkaar nauwelijks nog raken.  Het is voor veel mensen niet wenselijk dat patronen van je leven door elkaar geschud worden. Het geeft pijn omdat mensen van elkaar verwijderd raken en elkaars taal niet meer verstaan.

Taal kan vervreemdend werken. Taal kan verwoesting zaaien, zoals Huub Oosterhuis dat in een bekend lied zegt. Taal zal alleen  verwoesting zaaien , dat op het licht niet is geijkt.

Dat op het licht niet is geijkt.
Er is ook een andere taal, vanuit het licht.
Over wind die uit de hemel losbarst, wind die losmaakt wat vast zit, die grenzen openbreekt en mensen vol maakt een geest die vanuit andere gezichtspunten kijkt. Een geest die bezieling geeft, waarvan je zou kunnen zeggen dat die uiterlijkheden onbelangrijk maakt en vooroordelen wegvaagt, die mensen laat ontmoeten vanuit hun hart, in wat hun beweegt en ontroert. Vaak is dat taaloverschrijdend. Kunnen ouders en kinderen elkaar op dat niveau heel goed verstaan.
Deze geest streeft naar een eenheid die niet vast en onwrikbaar is, maar deze geest streeft naar eenheid om elkaar te begrijpen, dat mensen elkaar vinden en ontmoeten.
Deze een geest die nieuwsgierig maakt naar wat een ander beweegt.
Niet vanuit een waarheid die vast staat als een huis, maar vanuit een waarheid die gezamenlijk gezocht wordt door mensen die elkaar willen verstaan.
In die openheid kun je geraakt worden door iemand die een heel andere taal spreekt.

De toren van Babel is gevallen; en die toren valt steeds weer, steeds als we merken dat zekerheden als brokstukken uit onze handen vallen.

Met Pinksteren is een andere geest gaan waaien, waardoor mensen de taal van de geest, de taal van het hart leren verstaan, een taal van bewogenheid en vreugde om het leven zelf, een taal die vreemdheid overwint en mensen opent om een ander te ontmoeten in wie hij of zij is.

Die geest zet ons in beweging en verbindt ons met elkaar.

 

Over onze harten, over onze huizen
de zegen van God,
In ons komen, in ons gaan,
de vrede van God,
In ons leven, in ons geloven,
de liefde van God,
Aan ons beginnen, aan ons einde,
de zachtmoedigheid van God
om ons te ontvangen, om ons thuis te brengen, Amen.

 

Contact