Evangelische Roze Vieringen

Overdenking ‘Handen heb je om te geven’
bij Deuteronomium 15: 7-11 en Marcus 1: 29-38

door Ineke Vonk

29 maart 2009

OVERDENKING

In goede handen zijn.
Dat is ons hele leven belangrijk
Maar het komt er helemaal op aan als je klein en kwetsbaar bent
Eens kwamen we allemaal als een hulpeloos wezentje
ter wereld. Aangewezen op goede handen die zich uitstrekken, je opvangen
je koesteren en strelen, je met onvoorwaardelijke liefde op handen dragen.
En al heel gauw komt de wisselwerking, zien we hoe een kindje, ook een adoptiekindje die lieve kleine handjes naar je uitstrekt als het opgetild wil worden. En zo zijn er steeds mensen die je de hand reiken, en vice versa.
Ons hele leven hebben we behoefte aan warmte en verbondenheid.
Geen mens is een eiland.
Opvallend is hoe men thans massaal op zoek lijkt naar een nieuw ‘wij’ gevoel.  Het verlangen naar een bezield verband waar je mag zijn zoals je bent en waar je elkaar op handen draagt. En hoe ouder we worden en we meer met het verlies van dierbaren geconfronteerd worden, hoe meer we deze rijkdom beseffen. 

Handen heb je altijd bij je.
Ze spreken een eigen taal.
Ze kunnen zowel helen als pijn doen.
Ik herinner me een gesprek met een vrouw die al dertien jaar verlamd is.
Ze zei: ‘Een ziek mens voelt alles dubbel. Ik heb zo’n dunne huid
Als iemand me hard  (en ze bedoelde onpersoonlijk) helpt voel ik me dubbel hulpeloos. Maar als ik zacht (met aandacht en gevoel)  geholpen wordt dat vergeet ik even dat ik ziek ben.’
Wat mooi is dat! Handen die het isolement van ziek-zijn doorbreken.
Gewoon in de alledaagse praktijk. Zonder hocus pocus.
Lichaamstaal is de meest eerlijke taal.
Je voelt feilloos aan of het echt en gemeend is.
Maar desondanks kan het gebeuren dat je iemand te na komt.
Er zijn mensen die het bedreigend vinden als je hen aanraakt.
Ze verlangen er vaak wel maar tegelijk weren ze het af.
Je weet niet altijd hoe dat komt en dat hoeft ook niet.    
Maar  een feit is dat er heel veel geweld is.
Elke keer zijn we totaal van slag als er weer zo’n bericht naar buiten komt. 
Ervaren we hoe in een tijd van nood en verdriet afstand wegvalt, hoe mensen, die elkaar nauwelijks kennen, elkaars hand vasthouden, bloemen brengen en een kaarsje aansteken.
In onze omgeving kunnen er mensen zijn die fysiek beschadigd zijn.
Ze dragen de littekens daarvan mee op hun ziel.
Fijngevoeligheid blijft geboden.

Met onze handen hebben van onze Schepper een machtig instrument gekregen.
 In de kunst en in de Bijbel spelen handen een grote rol.
Vooral in het Nieuwe Testament vinden we veel verhalen waar de aanraking van de Here God een keerpunt betekent in het leven van mensen.
Een indrukwekkend voorbeeld is het schilderij van Rembrandt:
‘De terugkeer van de verloren zoon’
We zien hoe God de Vader zijn Handen uitstrekt en vol erbarmen zijn gebroken mens, onze gebrokenheid omsluit. Tegelijk is het God de Moeder in hetzelfde alomvattende troostende gebaar.
Beide verschillende handen vormen het stralende middelpunt op dit onroerend schone schilderij.
Minder vaak afgebeeld door kunstenaars is de tekst van vanmiddag.
Marcus heeft het in Rome uit de mond van Petrus gehoord
Stapt u mee in het verhaal?
Het is sabbath.  Jezus komt zojuist met Simon, Andreas, Jakobus en Johannes  uit de synagoge.  
Eén is er die ochtend thuisgebleven.  De schoonmoeder van Simon. Zij ligt met koorts op bed.
Ze is ernstig ziek en ze vertellen het aan Jezus.
De schoonmoeder van Simon.
Daar kijk je even van op:  Simon die later door Jezus Petrus genoemd werd was dus getrouwd, had dus een vrouw en waarschijnlijk kinderen. Dan zou de Paus als opvolger van Petrus ook mogen trouwen. Kan het verplichte celibaat afgeschaft worden.  We gaan er meestal van uit dat de leerlingen als vrijgezellen met Jezus meegegaan zijn. Dat zij alles achtergelaten hebben.  
Maar we lezen ook dat het vissers gebleven zijn
Het lag misschien toch wat genuanceerder.
Jezus komt het gewone huiselijke leven binnen.
We hoeven blijkbaar niet alles op te geven.
Jezus komt in onze intieme levenssfeer.
Daar waar we wonen, werken en op adem komen.
Juist dáár wil Hij een bepalende rol spelen, zodat ook bij ons een keerpunt  komt.  Vanaf het moment dat je Christus kent verandert je prioriteitenlijstje.
Er komt een dimensie bij. Je ervaart dat het niet alleen om plichten, werken en inkomen draait.
Er is zoveel méér. Alles wordt rijker, ruimer.
Muren gaan om. Oók hier want Jezus gaat naar de zieke vrouw toe.
Hij pakt haar hand vast.
Dat zou een orthodoxe rabbi nooit doen. Toen niet en nu niet.
Tot mijn verbazing las ik in Trouw dat de nieuwe Nederlandse Opperrabijn  vrouwen geen hand geeft.
Een rabbi raakte geen vrouw aan en al helemaal geen vrouw met zware koorts.
In die dagen vond men ziekte besmettelijk. Zo iemand was onrein.
Die moest je absoluut mijden.  
Jezus trekt zich nergens wat van aan.
Hij gaat naar binnen en pakt gewoon haar hand.
Dichtbij komt hij, ook bij ons.

In haar boek ‘Geen groter liefde’ van moeder Teresa, schrijft ze:
‘Geloof dat Jezus het leven is  en dat heiligheid niets anders is dan dat Hij in jou leeft. Vertrouw er op  dan kan zijn Hand je vrijuit leiden.
Je zult Hem overal ontmoeten.’ ‘ Wat je aan de minste van mijn broeders en zusters doet, doe je aan Mij’.
Jezus is dan de mens, die zich verlaten voelt die moet worden bemind
Jezus is het kleine kind in de knel dat moet worden omhelsd.
De psychiatrische patiënt die beschermd moet worden.
De chronisch zieke die moet worden bezocht.
Jezus is de oude man, de oude vrouw die moet worden verzorgd.
Moeder Theresa, groot in haar kleine gebaren.    
Doodzieke mensen haalde ze met oneindig veel eerbied en mededogen van de straat naar haar Huis van Liefde om verzorgd te worden.
Maar wat het belangrijkste is; er komt iemand bij je als je gaat sterven om je hand vast te houden.
Want dat is dé opdracht als je werkt in het Huis van Liefde: hand vasthouden!
Maar we hoeven daarvoor niet naar Calcutta te gaan.
Wat mooi zou het zijn als ook bij ons niemand meer alleen op een kamertje zijn of haar hun einde tegemoet hoeft te zien.
Vaak had ik het gevoel dat ik mensen in de steek liet als ik moest gaan.
Zo stevig werd mijn hand vastgehouden.
Ik moet hier blijven, dacht ik vaak.
We hebben gelukkig ook handen gekregen om te bidden, om elkaar op te dragen in Gods Hand, als wij elkaars hand moeten loslaten.

Wij komen altijd handen tekort.
Toch worden we niet overvraagd.
Een mooi voorbeeld geeft het Johannes Evangelie.
Bij de vijver van Siloam lag een groot aantal zieken.
Jezus zag er één liggen en daar ging Hij naar toe.
Die had het meest Gods liefde en aandacht nodig.
Vandaag is dat de schoonmoeder van Petrus.
Hij vat haar bij de hand.
En de koorts week van haar.  Het staat er zo simpel.
Het lijkt wel of Jezus met een soort toverstafje zwaait.
Dat is natuurlijk niet zo.  Er is veel over Jezus manier van genezen te zeggen.
Laten we volstaan wat er in de Griekse oertekst staat voor ‘genezen’,
‘therapeuein’. Jezus geeft mensen een therapie en het gevolg is dat ze genezen.
Bij die therapie gaat het heel veel om aanraking.
Lijfelijk en concreet wordt het heil overgedragen.
Jezus brengt ziel én lichaam in balans.
Dát richt mensen op.  Zo ook deze vrouw.
Ze gaat aan de slag om wat ze ontvangt aan goedheid door te geven.
Daar gaat het om. Werd ze eerst gemeden, lag ze passief in een hoekje,
nu gaat ze naar mensen toe om voor hen te zorgen. Heel basic.  
Ze zorgt ook voor Jezus en daarmee is ze belangrijk voor Hem.
Ook zij had wat te geven, niet alleen Hij voor haar
Dat is een heel belangrijke notie de wederkerigheid van geven.
Het is in het leven geven en nemen
En daarmee bedoel ik ‘ontvangen’
Je mag geven maar als je kunt ontvangen geef je de ander eigenwaarde.
Over het algemeen vinden we geven gemakkelijker. We hebben vaak moeite om royaal te ontvangen. Maar daarmee doe je de ander tekort. Jezus waardeerde het dat de schoonmoeder van Simon voor Hem zorgde.

En als het avond wordt op die bewogen sabbath, stromen de mensen naar het huis waar Jezus is. En ze brengen mensen met allerlei ziekten bij Hem. En Jezus geneest ze allemaal.
Hij drijft ook veel demonen uit en Hij staat ze niet toe iets te zeggen, want ze weten wie Hij is. Door negatieve machten wenst Jezus  niet bevestigd te worden.  Wel door zijn leerlingen en door ons. Naar de kerk gaan is niet vrijblijvend. Dan mag er iets van je verwacht worden. 
Je wordt er op aangekeken als je gedrag niet spoort met de liefde die hier  verkondigd wordt. Dat is aan de éne kant vervelend, maar aan de andere kant is het een eer. Want als je bij Christus wilt horen staat je leven onder een ander teken.  Zie je méér, kijk je verder dan je eigen kleine kringetje.          
We hebben de Naam van de Heer hoog te houden. We zijn getuige zijn van zijn heil als wij  onze handen in Zijn goede handen leggen. Zijn Hand zal ons bewaren  en ons leiden naar wie Hem vandaag het meest nodig heeft.
Moge de Heer ons de kracht en de liefde daartoe geven. Ieder op zijn of haar eigen plek. De wereld zal mooier worden.
-Amen- 


 

Contact