Numeri 6: 22-27:
De priesterzegen
22 De HEER zei tegen Mozes: 23 ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen:
24 “Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
25 moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
26 moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.”
27 Als zij mijn naam over het volk uitspreken, zal ik de Israëlieten zegenen.’
Johannes 20: 19-23:
Verschijningen
19 Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ 20 Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. 21 Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ 22 Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. 23 Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’ |
Vanmiddag staan we stil bij de zegen die God ons geeft. De zegen die altijd aan het eind van een kerkdienst wordt uitgesproken en die velen van u zo langzamerhand wel kunnen dromen.
Ik heb gekozen voor de zegen van Aaron, de hogepriesterlijke zegen uit Numeri 6.
De andere is die uit het slot van de tweede brief aan de Korintiërs: de genade van de Heer Jezus christus, de liefde van God en de eenheid met de heilige Geest zij met u allen.
Numeri 6:
Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
Moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn
Moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.
Ze klinken net even anders dan we gewend zijn vanuit de NBG.
Wat is dat: zegenen? Zegenen is: de ontmoeting met de ander tot een vreugde maken, de ander verheugen en doen delen in het feest. Ten diepste: jezelf geven aan de ander. Zo zegent God ons. Hij legt zijn Naam op ons,. Dat is hij zelf. Zijn wezen/
God zegent. Hij kan het ook, want bij Hem is het leven te vinden, het ware leven, het leven van vreugde.
Alle zegen komt dus van boven. Zoals Jakobus schrijft: elke goede gave, elk volmaakt geschenk, komt van boven, van de Vader der hemellichten.
Alle zegen komt van Boven, hier beneden is het niet. Of toch wel. Want het bijzondere is dat God die zegen ons in handen geeft. Zegen elkaar zegt hij, daar verbind ik mijn zegen aan. Aaron en zijn zonen: zegen de Israelieten, leg mijn Naam op hen. Doe het maar, zegen, mijn zegen heb je. Zo worden mensen kanalen van Gods zegen. Hier beneden is het ook, God werkt via mensen.
En dat kan gebeuren in iedere ontmoeting die tot een zegen is. Waarin mensen elkaar in de ogen kijken, waar echt contact is, bemoediging, ontmoeting. Daar waar mensen goeds voor elkaar betekenen en elkaar goede woorden geven, bene dicere, goed spreken niet alleen over elkaar, maar ook tegen elkaar, daar gebeurt zegen.
Doen we dat overigens? Goede woorden zeggen tegen elkaar? Elkaar waarderen? Dat wil zeggen de waarde van die ander benoemen en uitspreken? Het klinkt zo eenvoudig, maar wat is het vaak ingewikkeld in dit land. Bemoedigen wordt snel gezien als ‘slijmen’. ‘Wat moet je van me?’ Of: als reactie op een complimentje: nou, niks bijzonders hoor...
Een zegenend mens zijn. Daartoe roept Petrus ons op. Als mensen je uitschelden, als mensen tegen je zijn, zegen ze, scheld niet terug. En de opvolger van Petrus, althans, zo ziet hij het zelf, de paus – op pausbezoek in Nederland. Protesten langs de kant van de weg; en toch zegen ik jullie. Benedicere, benedicere.
Is zegenen zoiets als goedkeuren? Zoiets als ‘mijn zegen heb je’? Keurde de paus die protesten goed, ik vermoed van niet. Zegent God ons alleen als we ons leven op orde hebben? Dan kan Hij lang wachten. God zegent zondaren. Dat is nu juist de verbijstering en de verwondering die je in de Schriften tegenkomt. Zoals Jezus Zacheüs zegent met zijn komst. Hij zegt niet: Zacheüs, maak je zaakjes op orde, dan kom ik daarna bij je eten. Hij zegt: Zacheüs, nu, nu wil ik bij je zijn.
De verloren zoon wordt met gejuich binnengehaald en gezegend met nieuwe kleren, een ring aan zijn vinger en een uitbundige maaltijd. Feest in de hemel.
God geeft zichzelf aan mensen,die Hem de rug toekeren, aan mensen die verloren zijn geraakt, aan mensen in de chaos van het leven.
God geeft zichzelf. Dat wordt ten diepste zichtbaar aan Jezus, die liefhad tot op het kruis. Die de weg van de dood ging voor ons. Hij gaf zichzelf totaal. Daarom gaat die nieuwtestamentisch zegen ook over God die zegent met liefde door de genade van Jezus en de nieuwe verbondenheid en gemeenschap met de Geest.
Wie zegent er? God is de actor. Maar de zegen wordt tastbaar via handen en woorden van mensen.
In het oude testament zijn het de priesters die zegenen. Zij handelen in de richting van God en namens God in de richting van mensen. Als tussenpersonen. In het nieuwe testament verandert dat. Dan scheurt het voorhangsel van de tempel, de priester is niet meer nodig als bemiddelaar, er is toegang tot God voor een ieder. En Petrus noemt de christenen een heilig priesterschap. Wij allen. Je kunt er nog over discussieren hoe dat zit met het ambt, en of alleen ambtsdragers, dominees mogen zegenen of eventueel ook ouderlingen en diakenen, ik stel voor dat vanmiddag niet te doen. Die discussie.
Wat mij betreft zegenen wij elkaar. Ouders hun kinderen voor het slapen gaan. En niet alleen die dominee aan het eind van een kerkdienst met zijn verre handen in de lucht...
Hoe zegenen we elkaar. God zelf reikt ons de woorden aan.
De zinnen.
Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
Moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn
Moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.
Drie zinnen, die mooi zijn opgebouwd, je ziet het in het Hebreeuws. Drie zinnen, die telkens iets langer worden.
De eerste zin heeft 5 woorden, de tweede 2 keer 5, de derde drie keer 5
Het lijkt alsof iedere zin krachtiger is dan de vorige en dat zie je ook wel aan de inhoud.
De Here zegene U: hij legt zijn naam op ons, hij geeft wie hij is.
En behoede u: hij beschermt je, tegen alles wat kwaad is, tegen de boze machten om je heen. Als een mantel van bescherming is Hij. Wij zongen vroeger voor de kinderen: Je hoeft niet bang te zijn, al gaan de lampen uit, God is er en Hij blijft, als jij je ogen sluit,
Je hoeft niet bang te zijn, als oorlog komt of pijn, De Heer zal als een muur rondom je leven zijn.
Dan: De Here doe zijn aangezicht over je lichten. Dat is: Hij kijkt je aan. Hij keert je de rug niet to. Het licht van zijn gelaat is naar jou toegewend. “Hij kijkt naar mij!!’
En zij je genadig... als God je dan aankijkt: niet met een blik van afkeuring, maar met een mild gelaat, vriendelijke ogen. Jou toegewend, jou toegekeerd.
Ooit college gehad van een hoogleraar die zei: de hel, dat is dat God van je wegkijkt als je hem tegenkomt. Hij kent je niet. Dat is vloek. De zegen is: Hij kijkt je aan. Soms misschien wel even streng, zoals een moeder dat kan doen : ‘kijk me eens aan!’, maar altijd uit op het goede, op relatie, op herstel van relatie.
De Here verheffe zijn aangezicht over U en geve U vrede. De ogen over iemand opheffen is een oosterse uitdrukking en betekent: liefhebben. Zich in liefde geven met alle rijkdommen die je hebt. De vrucht daarvan is vrede. Als God zich zo geeft, met liefde, met genade, met bescherming, dan komt er vrede, sjaloom.
De zegen is wezenlijk voor het volk Israel. De psalmen zingen ervan, God zij ons gunstig en genadig, Hij schenke ons ’t gezegend licht, dat overvloedig en gestadig straalt van zijn heilig aangezicht’
Telkens weer wordt die zegen bezongen en strekken mensen zich ernaar uit.
Iedere zondag wordt hij uitgesproken.
Wat doet de dominee daar aan het eind van de dienst, vroeg ik de kinderen? Zegt hij: tot ziens, tot de volgende weekm, aar dan een beetje plechtig? Nee, hij of zij zegent. Namens God. God die zegt: ik ga met je mee. En die handen omhoog, ach het kan niet anders, maar bedoeld wordt: handen op je hoofd, zodat je het nog voelt ook.
Betekent de zegen dat voortaan alles goed met je gaat? Word christen en heb succes? Een christen kent geen crisis? Nee natuurlijk. Dat weten we maar al te goed. Gelovigen worden ziek, raken in de misere, kennen groot verdriet, weten van gebrokenheid en mislukking en pijn en falen.
En toch kan die zegen daarin heilzaam en heilrijk werken. De zegen kan ervaren worden als een bescherming om je heen. God ziet mij, Hij kent mij, hij wil mij ook kennen, Hij heeft mij lief, dwars door alles heen. Ik ben zijn geliefde zoon of dochter en dat is mijn bodem.
‘Jullie zijn gezegende mensen’ zei iemand ooit tegen ons. Zo’n uitspraak associeer ik met: mensen, die geluk hebben, die het voor de wind gaat. Dan ben je gezegend. Ik voel me een gezegend mens, als iemand zoiets zegt, dan gaat het hem of haar goed toch? Maar op dat moment ging het helemaal niet zo lekker met mij, met ons. We maakten een moeilijke periode door in ons leven en toch zei iemand: denk eraan, jullie zijn gezegende mensen. Hij bedoelde: herinner je de zegen van God.
Veel mensen noemen dat dan ook het belangrijkste moment in een kerkdienst. Toen ik ooit veel te laat de kerk binnenkwam omdat het zomertijd geworden was en mij dat even ontgaan was, zei iemand na afloop: ach, het belangrijkst heb je gehad: de zegen.
Wees gezegend. Gezegend ben je. Niet omdat het je voor de wind gaat of omdat jij zo deugt, of omdat alles klopt, maar omdat God jou liefheeft, ziet en al zijn rijkdom in Christus aan je wil geven.
Amen
|