Evangelische Roze Vieringen | ||
Overdenking ‘Worden wie je bent’
|
||
Lezingen: Jesaja 42: 1-7 en Lucas 2: 1-20
| OVERDENKING |
|
Jesaja 42 42 1 Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, 5 Dit zegt God, de HEER, Lucas 2 2 1 In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. 2 Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. 3 Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. 4 Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, 5 om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. 6 Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, 7 en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. |
Goede vrienden, zusters en broeders, gemeente van Jezus Christus, Verwachten we iets van deze Kerstviering? Hopen we misschien op iets bijzonders - een teken van de andere kant? Zou het nog mogelijk zijn? Een nieuw licht voor ons leven, een nieuw zicht op ons bestaan? Iets anders dan altijd maar weer hetzelfde met Kerst! Zou er dan eindelijk iets meer kunnen gebeuren dan alleen nostalgie naar hoe het vroeger was? Vervulling van het verlangen waarover Ida Gerhardt dichtte: Kerstnacht – het eenzaam zwerven der gedachten Zou je nog iets mogen verwachten? Ja, voor jou persoonlijk! Máár: Weet je eigenlijk wel wie je bent? Ben je een gezegende of een vergetene? Ken je zélf wel de taal van je hart? Luister je naar de stem van je diepste verlangen? Wie ben jij? Wie had je willen zijn? Wie zou je willen worden? In de loop van vele jaren predikantschap hebben mensen me hun verhalen toevertrouwd. Ontelbare malen. Soms mooie en kleurrijke verhalen. Maar ook schrijnende en trieste verhalen. Over hoe het was gegaan. En hoe het ook zo heel anders had gekund. Over hoe het mis was gelopen. Door eigen schuld, of door de schuld van anderen, of door stom toeval. En ook over hoe toch het heimwee was gebleven - het verlangen dat het ooit nog eens anders zou worden. Is het eigenlijk wel mogelijk dat een levensverhaal, dat gestagneerd is, wordt herschreven? Of in religieuze taal gezegd: Kan een mens echt weer opnieuw geboren worden? Ik wil een paar voorbeelden noemen van gestagneerde of geblokkeerde levens. Ik zal de concrete mensen in die bijzondere verhalen onherkenbaar maken. Maar misschien worden ze daardoor juist wel meer algemeen en herkenbaar voor ons allen zoals we hier zijn. Je had zo je verlangens en idealen toen je jong was. En het leek allemaal waar te worden: de prins op het witte paard; de prinses van je dromen. Een leuke baan, een lieve baby. Maar het pakte allemaal zo anders uit. Je bleef alleen achter, aan de kant gezet. Je verlangens onvervuld. Je weet nauwelijks meer wie je nu eigenlijk bent. En dit verhaal: Je was anders dan anderen. Je wist het al in je puberteit maar je liet niemand iets merken. Het mocht immers niet van God! En het was raar – ‘tegennatuurlijk’ zeiden ze in je kerk. Je paste je zoveel mogelijk aan bij anderen. Je trouwde; je kreeg kinderen. Maar je diepste verlangen werd niet vervuld. ‘Seksueel anders geaard’ zeggen ze vandaag. Maar jij vraagt je af: Wie ben je nu eigenlijk? Ook dit verhaal: Alle geluk van de wereld overkwam je. Tot op die éne fatale dag. Toen je hele wereld instortte. Toen het noodlot toesloeg. Ja, later waren er goedbedoelende mensen, die zeiden dat het de hand van God was. Maar in zo’n God zou jij nooit meer kunnen geloven! In één keer was het gebeurd: De meest geliefde uit je leven – weg – dood – voorgoed verloren! Sindsdien voel je je een overlevende. Mensen in je omgeving denken dat je er overheen gegroeid ben. Maar het gemis blijft, de wond blijft schrijnen, vooral in deze tijd van het jaar. Kun je nog worden wie je bent? En ook nog dit verhaal: Je kon zo onbevangen geloven als een kind. God kon alles: zieke mensen beter maken, eten geven voor iedereen. De hardheid van het bestaan heeft je dat naïeve geloof uit handen geslagen. Wat heb je over? Scherven. Is er nog een weg terug naar vertrouwen? Ben je nu gelovig of ongelovig? Wie ben je eigenlijk? Vandaag mogen we meelopen en meekijken met de herders in Betlehem. Ons met een beetje fantasie inleven in hun levensverhaal. Was er voor hen nog een nieuw begin mogelijk? Kon hun levensverhaal nog herschreven worden? Hoe kan een mens worden wie hij of zij ten diepste is? Is ons ware gelaat op te delven achter alle façades, achter alle schijn vandaan? Wie waren die herders? We zingen met een oud kerstlied: ‘De herdertjes lagen bij nachte, ze lagen bij nacht in het veld’. We hebben de herdertjes van Betlehem geromantiseerd, geïdealiseerd, en bijgezet in een kerststalletje. Maar wie waren ze eigenlijk? Wat waren hun dromen? Waarom zijn zij nu juist de eerste getuigen geworden van de geboorte van Jezus? Misschien omdat God in de bijbel zelf een herder wordt genoemd? Wellicht ook omdat zij de grootste tegenstelling vormen met de machtigen, met wie het kerstverhaal van Lucas 2 begint: Augustus en Quirinius. Een tegenstelling - vergelijkbaar in de 20e eeuw met de straatkinderen van Boekarest tegenover de tiran Ceaucescu? En met de vermoorde en verdwenen mensen in Chili tegenover de dictator Pinochet. Volgens sommige uitleggers werden herders in die tijd als verachtelijke mensen beschouwd, weggeschoven in een uithoek. Het waren ruwe bonken van kerels. Met een zwaar en gevaarlijk beroep. Maar misschien waren het wel subversieve opstandelingen tegen de bezetters, zoals andere uitleggers van mening zijn. Wie zal het zeggen? In elk geval leefden ze in een donkere tijd. Zou dat ooit nog kunnen veranderen? Hun leven leek niets anders dan een eindeloze herhaling van hetzelfde. ‘Ze hadden hun schaapjes geteld’, zegt het liedje. Daar word je toch ellendig van! Je zou jezelf er bij kwijt kunnen raken. Nooit gebeurde er eens iets anders, iets onverwachts. Hoe zou hun levensverhaal ooit een andere wending kunnen nemen, herschreven kunnen worden? Die herders van Betlehem lijken op het volk Israël in de ballingschap in Babel, uitgeblust en zonder enige verwachting. Als pionnen verschoven op het schaakbord door machthebbers, ondergegaan in de duisternis van het machtige rijk van de overwinnaars. Die mensen ontvingen een ongelofelijke boodschap, zo hoorden we in de eerste lezing. De belofte van een bijzondere dienaar van God, van een charismatisch mens. Hij zal Gods uitverkorene zijn, de man van Gods vreugde. Dan zal het recht op aarde hersteld worden. Dat zal niet gewelddadig gebeuren maar in alle stilte. Uitgebluste mensen zullen weer tot leven komen. Bijna doden zullen weer opstaan. Het staat er zo: ‘Hij zal het geknakte riet niet afbreken en de kwijnende vlam zal hij niet doven.’ Blinde ogen zal hij openen, gevangenen zal hij vrij laten, wie in duisternis zitten zal hij bevrijden. Het gedeporteerde volk van de Joden in Babel vatte moed en kreeg nieuwe hoop. Zou dan toch het onmogelijke werkelijkheid worden? Kerst zegt ons, dat God komt als alles donker is. Onverwachts en verrassend. Voor het volk Israël - in de ballingschap van Babel. En voor de herders van Bethlehem - in de nacht van de Romeinse bezetting. De Joden in Babel kregen in hun ellendige situatie een teken van God: Een belofte van bevrijding door een redder met messiaanse trekken. Hun levensverhaal werd vanaf dat moment totaal anders. Terugkeer naar Sion zou werkelijkheid worden. En de herders? Ze kregen middenin de nacht een engelenkoor op bezoek. En ontvingen een teken: Een kind in een voederbak, in een doek gewikkeld. Hun levensverhaal werd in één klap ondersteboven gekeerd. Is dat jou wel eens overkomen? Dat je ervaart dat je een gezegend mens bent? Gezegend – dat is: Begiftigd met kracht van God. Zó aangeraakt dat je gaat worden tot wat je ten diepste bent: Een geliefd kind van God. Of voel je je eerder een vergetene, iemand die moet leven in het land achter Gods rug? Er zijn heel wat mensen die ontzettend negatief over zichzelf denken. Soms is dat er bij hen ingestampt in hun jonge jaren: ‘Jij kunt het toch niet; jij deugt nergens voor.’ Ze kampen met gevoelens van minderwaardigheid, angst en onzekerheid: ‘Dat lukt mij nooit. Alles breekt mij bij de handen af.’ Dan zijn de tekenen van God er echt wel, maar je kunt ze niet ontvangen. Je ziel is beschadigd. Je gevoel zit verstopt. Met Kerst worden we allen uitgenodigd om ons levensverhaal onder ogen te zien. Niet vertekend en verdraaid. Niet via de dwingende en veroordelende ogen van anderen. Durven we dat aan? Gaan we niet langer voor die vraag op de loop: Wie zijn we eigenlijk geworden? Wie hadden we willen zijn? Je mag beginnen je levensverhaal te herschrijven. Vanuit de stellige zekerheid die je wordt aangezegd: Jij bent een geliefd kind van God. Jij mag zijn wie je bent. Geloven is niet allerlei waarheden onderschrijven. Geloven is: Kracht ontvangen om een nieuw begin te maken. Om vergeving te ontvangen. Om een nieuwe bladzij van je levensboek op te slaan. Om te zien dat er een weg zichtbaar wordt vanuit de verwarring. Dat is in één bijbels woord tot uitdrukking te brengen: genade! God kent je helemaal en veroordeelt je niet. Dat hebben die herders in Betlehem ervaren: Genade! Ze ontvangen via de engel een aanwijzing, een teken. En wat zien ze dan? Niets anders dan een gewoon kind, net als alle andere kinderen in die tijd: in een doek gewikkeld. Maar vanaf dat moment is hun leven omgekeerd: Ze gaan overal vertellen wat ze gezien hebben. Ze worden getuigen. Hun levensverhaal is door één lichtflits van Boven in een stroomversnelling geraakt. Ze werden opnieuw geboren. Dat kan ook ons overkomen. Zelfs meer dan één keer. Zoals Huub Oosterhuis dichtte: Zevenmaal opnieuw geboren, We mogen de hnerders volgen. Op zoek naar het beloofde teken. En we mogen Gods liefde ontdekken in de ogen van een kind. Dan zien we wie we zelf zijn. En zien we ook anderen, medemensen, in het licht van God. Vastgelopen levensverhalen kunnen herschreven worden. Ook die verhalen heb ik vaak gehoord. Hoe mensen de geestkracht vinden om het op te nemen tegen de beklemmende angst, tegen de neerdrukkende duisternis. Hoe zij met vallen en opstaan hun weg hervinden? Er zijn mensen die geschonden zijn door anderen, misbruikt, aangetast in hun lichamelijke integriteit. Ze kunnen zich daardoor waardeloos voelen, soms zelfs schuldig. Maar ik heb het meegemaakt: Mensen die met de moed van de hoop het leven weer weten op te pakken. Die opstanding gaan vieren. Verhalen, verhalen, ook van mensen die na onderdrukking en angst een bevrijdend geloof hebben ontdekt, een geloof dat in de ruimte stelt, een geloof dat je leert zeggen: Ik mag zijn wie ik ben – geliefd in Gods oog – een kwetsbaar én kostbaar mens. Amen. |
|
© 2009: Simon Schoon/ERV, webmasters: Michael/Thom | ||