Evangelische Roze Vieringen

Overdenking ‘Ja uit nee geboren!’
bij Ezechiël 18:1-4, 25-32 en Matteüs 21: 28-32

door Ineke Vonk

dag 28 september 2008

OVERDENKING

Gemeente van Christus,
Lieve mensen,

Het thema is: “Ja uit nee geboren!”
Ja en nee zeggen is iets dat wij elke dag doen.
Dat doe ik, en dat doe ik niet.
Daar ben ik voor en daar ben ik juist op tegen.
Zo is het leven.
Boeiend! Een mens is geen kuddedier.
Zo zijn we niet geschapen
Dat is ook de grondtoon vanaf het begin
Adam kon in het paradijs eigen keuzen maken.
Luisterde hij naar God?
Bleef hij wel of niet af van die éne boom?
Die éne boom als het teken dat het Gods tuin is,
niet onze tuin.
Maar de mens zei ‘nee’.
Verborg zich daarna, schaamde zich.
God riep de mens te voorschijn
Bedekte zijn naaktheid met de mantel der liefde.

Nog altijd verschillen theologen van mening in hoeverre we een vrije wil hebben..
Maar in de tekst die vandaag op het rooster staat, wordt nog eens onderstreept dat wij, hoe aangevochten ook, de vrijheid gekregen hebben, om ‘ja’ en ‘nee’ te kunnen zeggen

Bepaald niet in het paradijs, maar in een gebroken wereld verschijnt de tweede Adam. God werd mens opdat de mens god zou worden, zoals de Oosters-Orthodoxe kerk het zo prachtig uitdrukt.
In Christus is ons mens-zijn immers vernieuwd.
In alles heeft Hij de wil van Zijn Vader volbracht.
Zijn ‘ja’ heeft het laatste woord.
In dat ‘ja’ mogen wij ons in leven en sterven voor altijd geborgen weten!
Maria wordt uitgekozen om zijn moeder te zijn.
Voor ze zich opent voor de Geest.
hapert zélfs haar ‘ja’ even:
Hoe kan dat? Ik heb nog niet eens een man?
Soms brengt de Schrift ook ons in verlegenheid.
Dat zullen we ook weer beleven in de gelijkenis van vanmiddag.
Het gaat ons beperkte voorstellingsvermogen te boven.

Eerst een schets van de achtergrond waartegen...
Jezus is in de tempel.
Het is een emotioneel moment.
Zojuist heeft hij alle veehandelaren en geldwisselaars van het tempelplein weggejaagd.
De geestelijke fine fleur van Jeruzalem, ergert zich groen en geel. Dat betekent derving van inkomsten.
Laten we die rabbi uit Nazareth eens even op het matje roepen: ‘Wie heeft u de bevoegdheid gegeven om dat te doen?’
Jezus geeft geen antwoord.’
‘Mag ik u éérst een vraag stellen?’
‘Kunt u mij zeggen op grond waarvan Johannes de Dooper doopte?
Kwam dat van boven of ging het van mensen uit?’
Oei ... een dilemma!
Als we zeggen Johannes kwam van boven, zal hij vragen:’ Waarom geloofden jullie hem niet?’
Als we van beneden uitgaan krijgen we de hele goegemeente over ons heen.
Dus verschuilen ze zich achter het nietszeggende antwoord: ‘We weten het niet’.
‘Dan zeg ik u ook niets over de aard van mijn bevoegdheid.’
Er valt een stilte...

Dan herneemt Jezus het woord:
‘Wat denkt u van het volgende?’
Hij vertelt een verhaal.
Kort en duidelijk.
‘Een vader had twee zonen’.
Dat klinkt hen bekend in de oren.
‘Een vader en twee zonen.’ Dát gaat altijd over God, Israël en de rest van de mensheid, de schare doe de wet niet kent. De heidenen.
Ook die laatsten zijn kinderen van God, want het gaat Hem om álle volken, álle mensen.
De eerste zoon Israël is er vooral om die tweede zoon te laten delen in de liefde en de goedheid van de Vader.

De Schriftgeleerden voelen zich meteen aangesproken.
Hij heeft het over ons.
Een Vader die zijn zoon opdraagt: ‘jongen ga vandaag werken in mijn wijngaard.’
Overigens een toepasselijk beeld voor de tijd van het jaar, nu de wijn geoogst wordt.

Ga vandaag. Dat is nu. ...
De eerste zoon zegt ‘nee’. Hij voelt er niets voor.
Maar dan bedenkt hij zich. Waarom zeg ik eigenlijk zo botweg ‘nee?’ Dat kan ik niet maken. Hij bedenkt zich. Keert zich om en gaat alsnog aan de slag in de wijngaard.
De tweede zoon zegt ‘ja’, maar hij steekt geen hand uit. Hij heeft er géén zin in. Hij beantwoordt niet aan de verwachting van zijn vader.

Wat denkt u?‘Wie van de twee heeft de wil van de vader gedaan?’De hogepriesters kunnen er niet onderuit: de éérste zoon!
Die zegt ‘nee’, maar hij doet ‘ja’.
De tweede zoon, zegt ‘ja’ maar doet ‘nee’.
Zou dat op hen slaan?
Ze kennen de Schriften en alle gebeden uit het hoofd.
Maar staat er niet geschreven:
‘Niet iedereen die Heere Heere tegen Mij zegt zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.’
Daden, daar komt het uiteindelijk op aan.
Die éérste zoon doet het.

Het komt dus aan op je levenshouding, niet op woorden alleen.
Natuurlijk wisten die Schriftgeleerden dat wel.
Ze kenden immers ook het boek Ezechiël waar we zojuist uit gelezen hebben.
Daar staat zo helder als wat dat het vooral om je gedrag gaat.
De profeet spitst dat verder toe: Je bent zélf verantwoordelijk voor wat je doet of nalaat.
Er kunnen verzachtende omstandigheden zijn, moeten we ook rekening mee houden,
maar de kern blijft overeind: persoonlijke aansprakelijkheid.
Ouders mogen nooit aangekeken worden op de misstappen van hun kinderen.
Omgekeerd evenmin. Ezechiël, wat een wijsheid heeft die man..
geeft ons nog iets behartenswaardigs mee:
Spijker nooit iemand ergens op vast.
Of om het bijbelser te zeggen: Een mens die van god los leeft kan door genade een rechtvaardige worden en een rechtvaardige kan het spoor bijster raken.

Tóch mogen wij die Schriftgeleerden niet al te zwart-wit afschilderen.
Velen spanden zich echt in.
Ze maakten het zichzelf heus niet gemakkelijk.
Maar de tragiek was dat ze de wet zo formeel en eng afpaalden.
Ze dachten meer met hun hoofd dan hun hart.
God was er voor Israël en daarbinnen vooral voor een uitverkoren groep.
Gods bijzondere kinderen. Zij dus!
Vanuit die positie zagen ze neer op anderen.
Daarmee kun je iemand diep kwetsen

Dan kan je ‘ja’ toch een ‘nee’worden.
Toch schrijft Jezus schrijft hen niet af. Integendeel!
Hij wil hen inschakelen in Gods heilsplan.
Vandaar al die pittige gesprekken en zoveel moeite om hen te bereiken.
Dat ze zich gewonnen geven aan Gods ‘ja’ voor alle mensen.
En dáárom zegt hij: ‘De tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk van God.’ Eén van zijn gevleugelde uitspraken, altijd gericht aan tegenstanders.
Schockerend! Ook voor ons. De penose vooraan...
Natuurlijk niet omdat het op zich mooi is om zo vreselijk hebzuchtig te zijn ( wat een ellende maken we daar op dit moment van mee) of om jezelf te prostitueren.
Maar zij geloofden Jezus en staan model dat een mens veranderen kan ten goede.
Dat God niet veroordeelt maar dat Zijn ontferming ook naar hen uitgaat.

We kunnen ons dus vergissen.
Sommige mensen lijken vroom, maar kunnen hard en liefdeloos handelen.
Tegelijk zijn er mensen die zogenaamd ‘nergens’aan doen, maar ineens zie je ze opduiken in de wijngaard. Steken hun handen uit de mouwen en doen stilzwijgend wat er gedaan moet worden. Ze zijn een voorbeeld hoe God wil dat we elkaar nabij zijn.

Overigens vraagt u zich ook weleens af: Is dat werk in de
de wijngaard licht of zwaar is?
Ik denk alletwee. ‘Morgens vroeg valt het licht. Je bent lekker uitgerust. Het is nog heerlijk koel. Maar later op de dag als de zon hoog aan de hemel staat wordt het zwaarder.. je komt er ook veel pijn en verdriet tegen...
Je hebt een adempauze nodig...
Je meent het zo druk te hebben, dat je jezelf geen tijd daarvoor gunt. Maar laten we niet vergeten het is Gods wijngaard, niet de onze, dáár mogen we ook uitrusten, genieten... zoals nu vanmiddag wij hier samen zijn.
Zou daarom dat gezang dat Jouke gezongen heeft ‘De Heer is mijn Herder’ zovelen aanspreken: ‘Hij schenkt mij rust...’
Rust maakt je ontvankelijk voor Gods Aanwezigheid. Voor de ervaring van licht en vrede, ondanks alles.

Ik denk nu even aan Henri Nouwen. Een gevierd en geleerd professor in de theologie.
Hij zit op rozen aan de Harvard universiteit in Amerika.
Hij ging maar door...
Tot die bewuste adempauze... De confrontatie met het schilderij van Rembrandt ‘de Verloren Zoon’ verandert zijn leven. Dagenlang zit hij in de Hermitage op een klapstoeltje voor het doek.
Hij, de priester herkent zichzelf in de figuren die toekijken. Hij ontdekt dat zijn ‘ja’ ten diepste neerkomt op ‘nee’.
‘Nee’ voor zichzelf, dát kan ook. Anderen gaf hij de zegen en de liefde door van de Heer, maar zichzelf sloeg hij over. Nooit eerder had hij zich overgegeven aan de liefdevolle omarming van de Vader, zoals de Verloren Zoon.
Nouwen gaf zijn status op. Voortaan deelde hij zijn leven met verstandelijk gehandicapten. Een beslissing waar hij het, in het begin, moeilijk mee gehad heeft.

Het is opmerkelijk dat veel mensen in de Bijbel met bezwaren komen als die zachte Stem van binnen hen roept.
Ja, want als God er voor gekozen heeft om in ons te wonen, komt die Stem niet van buitenaf, maar van binnenuit.
Een mens als Mozes komt wel heel dichtbij als hij antwoordt:
‘Wie ben ik?’ ‘Ze zullen me niet geloven!’
En spreken kan ik ook al niet. En dan krijgt hij van God een maatje: Aäron.
We hebben de bevestiging van anderen nodig om verder geestelijk te groeien.

En wij? Hoe zit het met ons?
Laten we eerlijk zijn, ook ons zit dat ‘nee’in het bloed.
Hoe zou dat komen? Ik tip wat aan.. Zou het angst kunnen zijn?
Durf ik te voorschijn te komen zoals ik ben? Ik vermoed dat sommigen van u daar in het bijzonder weet van hebben. Daarom is het goed dat U zich op uw manier zichtbaar maakt.
En dan nog iets: Kennen we allemaal niet dat gevoel van machteloosheid. Is wat ik doe geen druppel op een gloeiende plaat? Ja, maar samen worden al die druppels wel een vat vol, een vat vol wijn.

‘Ja’uit ‘nee’ geboren. Een hoopvol spiegelverhaal.
Want die eerste zoon is door zijn ‘nee’ heengegroeid.
Onze moeilijkheden zijn Gods mogelijkheden...
Laten we dát elkaar en onszelf toewensen: verder groeien in wat Hij al aan het doen...
in verbondenheid met Christus.
Hij is het die bevrijd van blokkaden...
en bevrijd tot het werk in Zijn wijngaard dat is de tuin van Gods liefde...
dát is de hele wereld...
aan ons de keus...
-Amen

Contact