Evangelische Roze Vieringen

Overdenking ‘Vergeven’
bij Matteüs 18: 21-35

door Annemieke Parmentier

26 oktober 2008

OVERDENKING

Er gaat bijna geen kerkdienst voorbij zonder dat we het Onze Vader bidden. We zeggen dan onder andere: vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren. We vragen God om vergeving voor wat we verkeerd deden, zeiden of dachten en we vragen vergeving voor wat we nalieten te doen. We geven het misschien niet gemakkelijk toe, maar we hebben allemaal vergeving nodig, van God of van andere mensen. En dus kunnen we bidden: vergeef ons onze schulden, zelfs wanneer we niet bereid zijn om al onze schulden te erkennen. Maar hoe zit het met de tweede helft van die zin: vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren?
Als ik eerlijk ben, dan kan ik wel situaties bedenken waarin ik het knap lastig vond of vind om andere mensen te vergeven. Het valt misschien nog  te doen om iemand te vergeven als het om iets gaat dat niet veel gewicht heeft of als je ervan overtuigd bent dat de ander het niet met opzet deed. Het kan ook helpen als degene die jou iets heeft aangedaan oprecht berouw betoont. Dat is meer dan dat iemand even snel “sorry’, zegt, zonder te laten merken dat hij of zij werkelijk beseft wat hij heeft gedaan en wat zijn daad voor jou betekent.
We vinden het dus soms al moeilijk genoeg om iemand te vergeven, zelfs wanneer die ander oprecht excuses aanbiedt. Maar hoe vergeef je iemand die met opzet jou heeft bedrogen of tekort gedaan, die jou lichamelijk pijn heeft gedaan, of die jou onheus heeft behandeld, die je misschien innerlijk diep heeft gekwetst? Hoe vergeef je iemand die misschien niet eens spijt betoont? Dan vinden we het misschien al veel gevraagd om zo iemand zelfs maar een maal te vergeven. Laat staan dat het je lukt om iemand zeventig maal zeven keer te vergeven. Toch is dat wat Jezus tegen Petrus zegt wanneer Petrus er van uit gaat dat zeven maal vergeven voldoende is.
Jezus vertelt als voorbeeld het verhaal van een koning en zijn dienaar, een hoge ambtenaar. Die ambtenaar heeft kennelijk misbruik gemaakt van het vertrouwen van de koning en heeft een enorme schuld. Het gaat om 10.000 talenten. Als je nu weet dat de totale belastingopbrengst van Galilea in de tijd van Jezus 200 talenten per jaar was, dan bedroeg de schuld van die man dus 50 maal de totale belastingopbrengst van Galilea. Die ambtenaar zal dat dus nooit kunnen terugbetalen en hij smeekt de koning wanhopig om ontferming. En de koning is met hem begaan. Hij wordt geraakt door de toestand van de man en vergeeft hem.
Maar als de ambtenaar naar buiten gaat en een collega tegenkomt die hem 100 denarie schuldig is, en die collega smeekt hem om ontferming, dan grijpt hij hem bij de keel en weigert hem de schuld kwijt te schelden. Terwijl het maar om een fractie ging van wat hij zelf aan de koning schuldig was. Want 100 denarie dat is maar een gering bedrag, ongeveer 10 euro. Hoe groot het verschil was tussen de schuld van 10.000 talenten en 100 denarie kun je zo voorstellen: 100 denarie kun je in de vorm van 100 munten in je broekzak of in een grote portemonnee dragen. Maar als je 10.000 talenten in munten van denarie zou willen uitbetalen dan heb je 8000 zakken van 25 kilo elk nodig. Als je die zakken laat dragen door mensen die achter elkaar lopen met telkens een tussenruimte van een meter, dan krijg je een optocht van 8 km.
Jezus maakt duidelijk, dat God is als die koning, die bereid is een bijna onmetelijke schuld te vergeven. Dat God uit is op vergeving kunnen we weten uit het Oude Testament. God begint opnieuw na de zondvloed. Hij vergeeft het volk dat in de woestijn een gouden kalf heeft gemaakt terwijl Mozes de berg op was gegaan om de stenen tafelen met de tien geboden in ontvangst te nemen. God geeft Mozes de geboden opnieuw. God is zelfs bereid om te lijden aan onze schuld. Jezus maakte die bereidheid van God zichtbaar in hoe Hij omging met mensen; nieuwe kansen gaf aan iemand als Zacheus, maar ook aan Petrus die Hem verloochend had. Jezus bad zelfs aan het kruis om vergeving voor degenen die Hem gekruisigd hadden.

Wat een schril contrast, die koning, God, die grenzeloos vergeving geeft en die mens die geen pardon kent. Die vol wrok blijft zitten om het onrecht dat hem werd aangedaan.
Hoe vaak gebeurt het niet dat mensen een ander iets kwalijk blijven nemen? Hoeveel levens van mensen worden niet vergiftigd omdat mensen genoegdoening blijven eisen, in plaats van dat ze afstand nemen? Lukt het mij, lukt het jou om te vergeven? 

Sommige mensen kunnen royaal vergeven. Ik denk bijvoorbeeld aan de Colombiaanse politica Ingrid Betancourt die begin 2002 werd ontvoerd, onder erbarmelijke omstandigheden werd vastgehouden en afgelopen zomer werd bevrijd. Zij had alle reden om vol wrok te zitten of op wraak te zinnen. Toch deed ze dat niet.
Ze vertelde na haar vrijlating over de commandant van de FARC die haar gevangen hield. In haar eigen woorden:
"Ik herinner me heel goed deze commandant. Ik zie hem voor me. Hij was zo wreed geweest, zo gruwelijk. Toen hij voor me ging zitten, kon ik toch voor hem glimlachen", zegt ze. "Het is erg moeilijk om van je vijand te houden. Je kan niet van iemand houden die je zoveel pijn doet. Maar ik vond in Christus een soort springplank. Ik zei: 'Ik haat hem, maar voor jou [Christus] stop ik met te zeggen dat ik hem haat'. En het feit dat ik het woord haat niet in mijn mond nam gaf mij rust."

Kijk, dat is het bijzondere van vergeving. Dat het degene die in staat is te vergeven rust schenkt. Als je kunt vergeven maak je je vrij van degene die jou iets heeft aangedaan. Je bevrijdt jezelf uit de rol van slachtoffer.

Vaak wordt er gedacht: ik gun het degene die mij iets heeft aangedaan niet dat hij vergeving ontvangt. We willen dat de ander eerst zegt dat het hem spijt. Misschien willen we zelfs dat de ander ons schadeloos stelt. Maar wat we dan vergeten is, dat we wanneer we iemand niet vergeven dat we dan niet de ander tekort doen, maar dat we ons zelf tekort doen.
Omdat we blijven lijden onder de situatie. Naast mijn werk als geestelijk verzorger in een verpleeghuis ben ik vertrouwenspersoon voor slachtoffers van seksueel misbruik in pastorale relaties. Daar komt de vraag naar vergeving regelmatig aan de orde. “Hoe kan ik iemand vergeven die mij dat heeft aangedaan?” Ten eerste merk ik dat daarbij nogal eens vergeving wordt verward met goedpraten. Terwijl het toch om iets totaal anders gaat. Het kwaad, het onrecht moet worden benoemd. Liefst door slachtoffer en dader. Maar wat wanneer de dader niet onder ogen wil zien dat zijn handelen verkeerd was?
Maar nog belangrijker is: je kunt wel blijven hopen dat de ander tot inzicht komt, en berouw toont, maar misschien gebeurt dat nooit. En dan blijf je vastzitten aan die ander en zo kun je je leven laten bepalen door wrok. Tenzij het je lukt om je van de wrok te bevrijden door eenzijdig te vergeven. Vergeven is de enige manier om het kwaad te verhinderen zijn vernietigend werk te doen.
Vergeven biedt je de mogelijkheid om je te verbinden met Christus en je los te maken van degene die jou iets schuldig is.
Vergeven is moeilijk. Want als je vergeeft, zie je ergens van af. Maar uiteindelijk win je er bij.
Vergeven is moeilijk. Daarom moeten we het oefenen. Misschien wel 70 maal 7 maal.
Amen

 

Contact