Evangelische Roze Vieringen | ||
Overdenking ‘In de renbaan’
|
||
Lezingen: Daniël 12: 1-4
| OVERDENKING |
|
Daniël 12: 1-4 12 1 In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk terzijde staat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend. 2 Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd. 3 De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd. 4 Maar houd deze woorden geheim, Daniël, en verzegel het boek tot de eindtijd. Velen zullen op zoek gaan en de kennis zal toenemen.' Hebreeën 12: 1-2 en 13: 7-8, 12-14 12 1 Nu wij door zo'n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij de last van de zonde, waarin we steeds weer verstrikt raken, van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt. 2 Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God. 13 7 Denk aan uw leiders, die het woord van God aan u hebben verkondigd, neem een voorbeeld aan hun geloof en kijk vooral goed hoe hun levenswandel eindigt. 8 Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid! |
Gemeente van Jezus Christus, Een paar weken geleden is mijn schoonzus Anneke overleden na een lang ziekbed. De kanker sloopte haar lichaam. Op de laatste dag dat ze heel helder was, zaten mijn vrouw en ik bij haar in het hospice. Ze vroeg of ik met haar uit de bijbel wilde lezen en bidden. God zegene de greep, dacht ik, en las het begin van Hebreeën 12, het gedeelte dat wij zonet ook gehoord hebben. We kregen een gesprek over dat magnifieke beeld dat daar geschetst wordt: Over een renbaan in de Oudheid, over een aanmoedigende menigte op de tribunes van het amfitheater, en over die inspirerende voorloper. De beelden tuimelen over elkaar heen in de bijbel, metaforen voor een werkelijkheid die niet in woorden of dogma’s is te vatten. Het gaat ons menselijk voorstellingsvermogen te boven. ‘Het is geen mensenhart opgekomen’, staat in het boek Jesaja, en Paulus zegt het na. Daar nemen wij doorgaans geen genoegen mee. Wij willen het graag preciezer weten. Wij voelen niet zoveel voor dat geliefde beeld van Henri Nouwen: Van die trapezespringer in het circus, die moet loslaten en vertrouwen dat handen hem vastpakken en opvangen. We hebben liever wat meer vastigheid. Maar bijbelse beelden zijn er niet om onze nieuwsgierigheid te bevredigen; ze zijn er om ons te troosten, te bemoedigen om vol te houden. Ook Paulus gebruikt dit beeld van de renbaan (1 Kor.9: 24-27): Hij wil zelf zó lopen als een atleet, die de eerste prijs wil behalen. De Hebreeënschrijver vult het beeld nog aan met de voorstelling van ‘de wolk van getuigen’. De lezer van zijn brief (of liever preek) heeft ze al voor zijn geestesoog gezien (in hoofdstuk 11): Abraham, Isaak en Jakob, en Mozes, de profeten en de Makkabeeën. Ze zitten op de tribune en zijn onze supporters. Je mag het beeld best aanvullen met de mensen die in jouw herinnering staan gegrift. Hen die we niet konden missen en toch van ons heengingen. Ik zag de afgelopen week vele namen voor me, toen ik op internet het aidsmemorial opzocht. Je mag in deze viering je eigen invulling geven aan de bijbelse metafoor. Je ziet ze zitten, de menigte van geloofsgetuigen. Het Griekse woord voor ‘getuige’ betekent ook ‘martelaar’. Ja, ze hebben geleden en liefgehad, liefgehad en geleden. Zó is het leven! Uit Daniël 12 hoorden we een heel ander beeld: ‘Ze zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd’. Een hele late tekst in het Oude Testament. Apocalyptische woorden. Dat wil zeggen: Een geheime of mysterieuze tekst uit een tijd van nood en geweld, waarin het vertrouwen doorklinkt dat het einde nabij is. Dat ‘eeuwige afgrijzen’ – daar kan ik niks mee. Daar zijn teveel mensen bang mee gemaakt en klein gehouden. Ik versta hier, dat de aartsengel Michaël het volk Israël bijstaat tijdens de verschrikkelijke onderdrukking onder de Syrische koning Antiochus Epifanes. Daniël 12 is één van de allereerste teksten in de bijbel over het geloof in opstanding van de doden: ‘Ze zullen ontwaken die slapen in het stof’. Voor het christelijk geloof is dit - door de opstanding van Jezus – het centrale getuigenis geworden over de toekomst. Het staat zelfs in de geloofsbelijdenis: ‘ik geloof de wederopstanding des vleses’ of ‘het weer opstaan van het lichaam’. Wat betekent dat? Kunnen we daar nog wat mee? Het beteken in elk geval dat God het lichaam geen wegwerpartikel vindt om de glanzende geest te laten ontsnappen. Dat lichaam is kostbaar in Gods ogen, dat lichaam waarmee we lijden en liefhebben, liefhebben en lijden. Het betekent ook, dat God al die lichamen niet vergeet, die verbrand zijn in de gaskamers van Auschwitz, en vermoord in Rwanda en Srebrenica. En nog miljoenen anderen. Stel je voor, dat Abraham, de grote geloofsgetuige, een bevestigend antwoord had gekregen op zijn vraag aan God: ‘Zou de Rechter van de hele aarde geen recht doen?’ Dat kan niet waar zijn! Terug naar het beeld van Hebreeën 12. Het meest springende punt is nog niet voldoende uit de verf gekomen. Er is een voorloper, een kampioen, één die voor ons uit gaat. We moeten vooral naar hem kijken. Ons niet laten afleiden, zelfs niet door het enthousiasme op de tribunes. En zeker niet door de twijfelaars onder de renners, die zeggen: Waarom zouden we volhouden? Waarom zouden we niet afhaken? Nee, de blik is gericht op Jezus. Hij is meer dan een voorbeeld; hij is de grondlegger van ons geloof. En hij is ook de voltooier. Hij heeft het doel bereikt. Wat was dat doel voor hem? Opnieuw zijn er alleen antwoorden in beelden mogelijk: De glorie van de hemel, en het zitten aan Gods rechterhand. Maar vooral dat éne woord: vreugde. Daar is kennelijk alles mee gezegd: Vreugde, vreugde, louter vreugde. Jezus heeft de marathon gewonnen, wil de tekst zeggen. Hij is niet alleen een herinnering uit een ver verleden, uit het land van voorbij. De Hebreeënschrijver getuigt: ‘Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!’ De context is dat leiders verdwijnen, en predikers tegen kunnen vallen. Maar Jezus blijft dezelfde. Misschien moeten we zeggen: Jezus blijft niet het-zelfde, maar wel de-zelfde. In sommige tijden moet je het-zelfde anders zeggen. Waarbij liefde het criterium is. Het ankerpunt is daarbij dat Jezus dezelfde blijft, in zijn liefde en mededogen.
|
|
© 2008: Simon Schoon/ERV, webmasters: Michael/Thom | ||