1 Johannes 4: 7-10
4
7 Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. 8 Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. 9 En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. 10 Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.
1 Johannes 4: 17-21
17 Zo is de liefde bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus. 18 De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden. 19 Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. 20 Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft. 21 We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben. |
Lieve mensen,
Het is mij een voorrecht dit keer te mogen voorgaan in de dienst die de aftrap vormt voor de ‘roze week’, waarin de Amsterdamse Gay Pride wordt gehouden. De week wordt volgende afgesloten met een ha-gay-preek op het Rembrandtplein.
Het thema van de Pride is dit jaar “geloof, hoop en liefde”. Het persbericht zegt hierover het volgende:
Het afgelopen jaar hebben gelovigen en gays regelmatig gebotst, over bijvoorbeeld weigerambtenaren, homoseksuele predikanten en of gelovige homo's nu wel of niet mogen deelnemen aan het avondmaal. Niet alleen vanuit het christendom, ook vanuit de islam is er vaak een gespannen relatie met homoseksualiteit. Tijdens de Amsterdam Pride gaan we nu op zoek naar wat ons allen bindt, niet naar wat ons scheidt.
Met de Bijbel in de hand kun je de meest vreselijke dingen zeggen over homoseksualiteit. Kun je de meest vreselijke dingen zeggen over het geloof of ongeloof van je medemens. Met de Bijbel in de hand hèbben mensen de meest vreselijke dingen gezegd. Soms met een pathos en een zeker weten hoe God de dingen bedoelt, dat het lijkt alsof ze bij God zelf op de thee zijn geweest. Eerlijk gezegd word ik daar altijd wat wantrouwig van. Wie zegt mij dat Jezus niet hele andere dingen over sexualiteit en homoseksualiteit zou zeggen, als Hij vandaag zou leven?
En met de Koran in de hand worden ook nog altijd de meest vreselijke dingen gezegd en gedaan. Daarom ben ik blij met dit thema, vooral vanuit de insteek om op zoek te gaan naar wat je bindt i.p.v. wat je scheidt.
Een prachtig thema, ontleend aan het NT-ische hooglied zou je kunnen zeggen, die tijdloos krachtige woorden die Paulus schreef in 1 Corinthe 13. “Zo blijven dan geloof, hoop en liefde, deze drie. En de meeste van deze is de liefde”.
Nu vond ik het wat té voor de hand liggend om het over 1 Corinthe 13 te hebben. Al broedend op het thema kwam ik uit bij de vraag wat we nu eigenlijk over de liefde vanuit bijbels perspectief kunnen zeggen. Over de liefde valt natuurlijk genoeg te zeggen. De hele Bijbel staat er vol mee, gedichtenboeken worden er over vol geschreven en de popmuziek zou zonder het thema ‘liefde’ niet kunnen bestaan. Van “love hurts” van Nazareth (waarbij ik mijn eerste zoen kreeg – kan het mooier: een popgroep met zo’n bijbelse naam) tot “Love is all” en alles er tussenin.
En zo kwam ik uit bij de tekst uit 1 Johannes 4: wij hebben lief, omdat God ons het eerst heeft liefgehad.
Liefde is de basis in ons bestaan. Als er niet van ons gehouden wordt vanaf het moment dat wij onze intrede doen in de wereld, valt het niet mee om zelf van anderen te kunnen houden. Om te kunnen vertrouwen en om vrijmoedig in het leven te staan.
Het begint bij onze ouders. Maar eigenlijk is er nog een diepere laag, onder de liefde van onze ouders en dat is de liefde van God. De liefde van God is de grond van het hele bestaan. In de loop der eeuwen zien we in filosofie en theologie telkens weer de gedachte opkomen, dat de schepping ontstaan is vanuit de overstromende liefde van God. De liefde van God is zo groot, dat die zich een uitweg zoekt. En er ontstaat licht, orde in de chaos, leven.
Er kunnen momenten in je leven zijn, waarop je die liefde van God haast lijfelijk ervaart. Dat ineens alles op zijn plaats valt en je de zin van je eigen, persoonlijk bestaan ziet. In een glimp, soms even. Dan ervaar je, dat je gevonden bent – terwijl je misschien niet eens wist dat je zoekende was.
Zo’n zelfde gevoel kan je overvallen, wanneer je de liefde van je leven vindt. De ervaring dat je gevonden bent, terwijl je niet eens wist dat je zoekende was. “wij hebben lief, omdat God ons eerst heeft liefgehad.” Die liefde is de basis van geloof. Van geloven in de toekomst. Geloven in het leven. Geloven in je medemens.
Die liefde is zeker de basis van de hoop – die onuitroeibare vlam in ons bestaan, die maar niet gedoofd wil worden.
Nu is het wel boeiend om te zien wat voor woord er nu eigenlijk gebruikt wordt in het Nieuwe Testament, als het om liefde gaat. Het grieks, de taal van het NT, kent nl. verschillende woorden voor “liefde”. Er is de filadelfia, de broeder- en zusterliefde. Dat is de liefde voor je familie. Voor je ouders, je broers en zussen. Degenen die bij je horen en die heel wat uit moeten spoken, voor je de liefde voor hen kwijt raakt.
Naast de filadelfia is er de eros. De lichamelijke en zinnenprikkelende liefde, de erotiek en de verliefdheid. De liefde die bezongen wordt, is deze liefde. Die is natuurlijk ook prachtig. Soms zou je willen dat je die roze wolk langer vast zou kunnen houden. Die momenten dat al je zintuigen op scherp staan en de wereld er zo geweldig uitziet.
Toch is eros niet het woord, dat in de bijbel voor liefde gebruikt wordt. In de Bijbel gaat het nl. over de ‘agapè’. En de agapè is de liefde als levenshouding, zou je kunnen zeggen. Agapè heeft niet zozeer met gevoel te maken, als wel met je instelling. Het gaat er niet om, dat je iedereen lief en aardig moet vinden. Het gaat erom dat je het goede met de ander voor hebt, zelfs wanneer je die ander wel achter het behang kunt plakken.
God zal ook ons niet altijd even lief en aardig vinden. En toch blijft God van ons houden. Heeft God het goede met ons voor, zoals Hij in Christus heeft laten zien. Het is die liefde, die Christus niet alleen gepredikt, maar ook geleefd heeft.
Over die liefde schrijft Johannes in 4: 16 “de liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakt liefde sluit angst uit”.
Dat is de liefde die we vandaag vieren. De liefde, die de basis is van geloof en hoop. Die ons helpt moeilijkheden te overwinnen, onbegrip en kleinheid van medemensen te verdragen. Die ons helpt geduld op te brengen en ons open te stellen voor de Geest, om zo op creatieve wijze met onze medemens om te gaan. “Volmaakte liefde drijft de angst uit”.
Daartoe inspireert ons de Geest. We moeten niet te gering denken over het werk van de Geest. Ik merk dat ook als predikant. Als ik niet durfde te vertrouwen op het werk van de Geest zou ik geen predikant durven zijn. Ik kan me herinneren dat ik aan het eind van mijn studie er erg tegenaan hikte om predikant te worden. Om het te dùrven worden. Wie ben ik nu helemaal, dat ik hier ga staan te vertellen wat volgens mij het woord van God is?
Wat mij daarin geholpen heeft, is een uitspraak van de supervisor in een training die ik toen deed. Zij zei: je moet altijd je stinkende best doen en blijven studeren. Je moet nooit achterover gaan leunen. Maar vergeet nooit, dat God zelf er ook nog is. Je staat er niet alleen voor.
En dat merk ik ook. Soms als ik een preek gemaakt heb, ben ik daar helemaal niet tevreden over. God zegene de greep, denk ik dan. En zeg tegen God dat de Geest dit keer wellicht niet dankzij mij, maar ondanks mij aan het werk moet. Dikwijls gebeurt dat ook.
Terwijl ik ook wel eens heb dat ik best tevreden ben over een preek – die zit dan goed in elkaar en is, denk ik, boeiend. En dan landt zo’n preek soms helemaal niet. Als je hebt van jezelf moet hebben kom je niet ver. Wij kunnen liefhebben omdat God ons eerst heeft liefgehad.
Ik denk dat het belangrijk is om ons dàt eigen te maken. Dan komt er ruimte voor geloof en hoop. Geloof, hoop, liefde – ik hoop dat dit de basis voor een levenshouding is. Een basis om de verbinding te blijven zoeken met mensen die uit onwetendheid en vooroordeel de meest vreselijke dingen zeggen en doen. Natuurlijk, het zal niet lukken om de hele wereld ineens te veranderen. Maar om te spreken met een parafrase op het Joodse gezegde, dat wie 1 mens redt, de wereld redt, zou ik willen zeggen dat wie 1 mens van zijn vooroordelen kan helpen, de wereld een betere plaats maakt.
Het zal niet altijd gemakkelijk zijn om vanuit liefde, vanuit hoop en vanuit geloof de ander tegemoet te treden. Maar we kunnen het. Omdat God ons eerst heeft liefgehad. Die verwondering over de grootsheid van de liefde van God, is zo alomvattend, dat het ons de moed geeft, de kracht en de creativiteit om ons de agapè als levenshouding eigen te maken.
Zoals gezegd, het zal niet altijd gemakkelijk zijn. Soms weet je ook niet waar je beginnen moet. Er is zoveel dat op onze weg komt. Een Oosters verhaal, dat ik ooit las, helpt mij altijd om gewoon maar aan de slag te gaan. En met dit verhaal wil ik eindigen. Misschien kennen jullie het wel.
Aan het strand liep een jongen. Het was ochtend. Hij zag dat ’s nachts een massa zeesterren aangespoeld waren op het strand. Nu gaan zeesterren dood buiten het water. Dus de jongen begon ze op te pakken en in zee te gooien.
Een man kwam hem tegemoet. Hij zei: waar ben je mee bezig? Dat red je nooit om al die zeesterren op tijd weer in het water te krijgen!
Nee, zei de jongen, maar deze wel. En deze. En deze.
Moge de liefde van God, de genade van onze Here Jezus Christus en de gemeenschap van de Heilige Geest ons steeds weer aanzetten tot een dergelijke vasthoudendheid.
Amen.
|