Evangelische Roze Vieringen

Overdenking ‘Nooit meer dorst ...’
bij Johannes 4: 1-30 en 31-42

door Pieter de Jong

27 januari 2008

Lezingen:
Johannes 4: 1-30 en 39-42

OVERDENKING

Johannes 4: 1-30

Gesprek met een Samaritaanse vrouw
4 1 Toen Jezus hoorde dat aan de farizeeën verteld werd dat hij meer leerlingen maakte en er ook meer doopte dan Johannes 2 – Jezus doopte overigens niet zelf, zijn leerlingen deden dat –, 3 verliet hij Judea en ging weer naar Galilea. 4 Daarvoor moest hij door Samaria heen. 5 Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 6 waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. 7 Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ 8 Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 9 De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. 10 Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ 11 ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? 12 U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ 13 ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, 14 ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 15 ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ 16 Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ 17 ‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, 18 ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’ 19 Daarop zei de vrouw: ‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent! 20 Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’ 21 ‘Geloof me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. 22 Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel; de redding komt immers van de Joden. 23 Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, 24 want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid.’ 25 De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen’ (dat betekent ‘gezalfde’), ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’ 26 Jezus zei tegen haar: ‘Dat ben ik, degene die met u spreekt.’
27 Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’ 28 De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: 29 ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ 30 Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe.

Johannes 4: 39-42
39 In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in hem door het getuigenis van de vrouw: ‘Hij weet alles van me.’ 40 Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen. 41 Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat hij zei; 42 ze zeiden tegen de vrouw: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.’

In ons verhaal zijn we bij een waterput, die toegang geeft tot een heel oude bron, de bron van Jacob. Al eeuwen lang komen hier mensen naar toe om water te putten. Ons verhaal gaat over een bijzondere ontmoeting bij de waterput.
Jezus zit bij de put om uit te rusten. Hij heeft met zijn leerlingen de hele dag gereisd. Hij is moe en hij heeft dorst.
En daar ontmoet hij die vrouw. Ze is met haar kruik uit de stad gekomen om water te putten. Jezus doet iets ongebruikelijks. Hij spreekt deze onbekende vrouw zomaar aan. ‘Hebt u wat water voor mij? Ik heb dorst.’
De vrouw kijkt verbaasd op. In haar antwoord houdt ze afstand. ‘Vraagt u mij om water? Mijnheer, dat is toch niet gepast? U bent een jood en ik ben een Samaritaanse. Iedereen weet toch dat joden en Samaritanen niet met elkaar omgaan?’
De vrouw is op haar hoede. Wat wil die vreemdeling van haar? Wil hij echt alleen een beetje water? Of heeft hij andere bedoelingen? Zoekt hij contact? Wil hij soms meer van haar?

Dat wordt het begin van een heel gesprek. En dat gesprek gaat al gauw over veel meer dan over water uit de bron. Het gaat over levend water en over nooit meer dorst hebben. Het gaat ook opeens over liefde tussen mensen, over de relatie tussen man en vrouw. En het gaat over het aanbidden van God, waar je dat moet doen. Hier op de berg bij Sichem, zoals de Samaritanen gewend zijn, of in Jeruzalem, zoals de joden doen. En tenslotte komt het gesprek op de Messias, de door God beloofde redder, die komen zal.
En dat allemaal bij de waterput, als gevolg van die simpele vraag van Jezus om een beetje drinken.

Dit verhaal gaat dus over veel meer dan over water om je lichamelijke dorst mee te stillen. Het gaat over diepere behoeftes van een mens. Een mens heeft niet alleen behoefte aan eten en drinken, om in leven te blijven. Maar een mens heeft ook behoefte aan menselijk contact, aan liefde, om als mens te leven. Mensen verlangen ernaar om gezien en gehoord te worden. Elk mens verlangt naar iemand, die er voor hem of haar is, iemand die jou kent en die jou neemt zoals je bent. Die jou waardeert en zich voor je inzet. Zo verlangt een man naar een vrouw en een vrouw naar een man. En soms verlangt een man naar een man en een vrouw naar een vrouw. Een normale menselijke behoefte. En dat is niet alleen maar een lichamelijke behoefte, niet alleen maar lust naar seks en genot. Maar je verlangt naar iemand, naar echte verbondenheid met een medemens, iemand om je leven mee te delen. Je verlangt naar een diepgaande eenheid, waarin de een de ander van harte aanvaardt, en naar blijvende trouw. Liefde – het is, net als water, een van de voornaamste levensbehoeften van een mens.

Maar wat is er in onze wereld vaak een ernstig tekort aan die liefde. Mensen snakken naar een medemens, naar een arm om hen heen, naar echte verbondenheid. Maar wat komen ze dikwijls bedrogen uit. Of ze zoeken het op een heel verkeerde manier.

Neem nu deze vrouw. Jezus doorziet haar verlangen, en hij ontmaskert de nood van haar leven. Ze heeft 5 mannen gehad, en de man die ze nu heeft, die is niet van haar, die is van een ander.
Zo diep kan een mens verlangen. En zo teleurgesteld raken. Je hebt 5 keer gezocht. 5 keer gedacht: ‘Nu heb ik hem gevonden, de man van mijn dromen. Nu is de liefde in mijn leven gekomen.’ En het is 5 keer mislukt. Waardoor het mislukt is, dat staat er niet bij. Dat kan van alles zijn. Maar in elk geval: je bent keer op keer teleurgesteld. En tenslotte grijp je maar eigenmachtig naar een verboden liefde, waar je geen recht op hebt. Je neemt dan maar genoegen met een gestolen liefde, in stiekem of openlijk overspel. Want je behoefte is zo groot.

Jezus doorziet het. En heel opvallend: Hij veroordeelt deze vrouw niet. Hij zegt wel eerlijk hoe het met haar is. Hij legt de diepe nood van haar leven bloot. Hier is een mens, een vrouw, die hunkert naar liefde, die eerste levensbehoefte. Zo vaak bedrogen, dat ze nu maar een ander bedriegt. 

Wat heeft Jezus haar in deze nood nu te bieden? Wat kan hij als joodse man aan deze Samaritaanse vrouw geven? Is hij na haar 6 mislukkingen misschien de 7e man in haar leven, de prins van haar dromen? Zal hij degene zijn die haar diepste verlangen werkelijk kan en wil vervullen?

Wat Jezus haar te bieden heeft, heeft hij al gezegd. ‘Als u wist wie het is, die u om water vraagt, dan zou u het aan hèm gevraagd hebben. En hij zou u levend water hebben gegeven. Geen water uit deze put, want als je van dit water drinkt, krijg je toch weer dorst. Gewoon water stilt je dorst niet werkelijk, niet blijvend.
Maar ik geef water, zegt Jezus, waardoor je nooit meer dorst zult hebben. En het water dat ik geef, wordt in jou een levende bron, een fontein van water dat blijft stromen, water dat eeuwig leven geeft.

Waar gaat dit over? Dat gaat over iets wat mensen elkaar niet zomaar kunnen geven. Eeuwig leven – dat hebben mensen niet in de aanbieding. Dat moet ergens anders vandaan komen. Van boven. Van God. Als u wist wat God u geven wil, zegt Jezus dan ook.

Mensen hunkeren naar echte liefde, ze willen gezien en bemind worden. En ze zoeken het op allerlei manieren. Maar alleen God kan hun verlangen echt vervullen. Ten volle en blijvend.
Menselijke liefde schiet tekort.  Wat mensen elkaar te geven hebben, is gebrekkig en het gaat voorbij. Hoe goed twee mensen het ook samen hebben, ze weten dat hun samenzijn kwetsbaar is. Altijd is er het gevaar elkaar weer te verliezen, aan het leven of aan de dood. Maar de liefde die God aan mensen biedt, die is sterk en duurt tot in eeuwigheid. Daar kan niets tussen komen, zelfs de dood niet.

En waar vindt een mens dan die liefde? Bij wie anders dan bij Jezus? Jezus is gekomen als de mens-geworden liefde van God. De liefde die hij geeft is de vervulling van ons diepste verlangen. Wie van die liefde gedronken heeft zal nooit meer dorst hebben. Sterker nog: die liefde wordt in jou een bron die blijft stromen, een levende fontein van liefde, waarmee jij goed gaat doen aan anderen.

Is Jezus de man van onze dromen? Ja, àls je hebt ontdekt wat je eigenlijk mist, als je verlangt naar de liefde van de eeuwige God. Een liefde die jou optilt en vasthoudt en door alles heen draagt en die jou maakt tot een mens om van te houden, een mens die straalt van liefde en bewogenheid, echt een zoon of dochter van God in woord en daad. Jezus is de enige die dat geeft.

En het mooie is: iedereen kan erbij. Je hoeft er niet voor op reis, naar een bepaalde plek.
Joden bidden in Jeruzalem, en Samaritanen bidden op hun eigen berg bij Sichem, zegt Jezus, maar de tijd is gekomen dat al die de verschillen worden opgeheven en dat de afstand wordt overbrugd. God zoekt mensen die Hem aanbidden in geest en in waarheid. En dat aanbidden – dat kan overal. Waar je ook woont en wie je ook bent en hoe je leven ook is verlopen, Jezus komt naar je toe. Hij opent voor ons allemaal het directe contact met God, de Bron van eeuwige liefde.

De Samaritaanse vrouw heeft daar wel eens van gehoord. ‘Ik weet dat de Messias zal komen, zegt ze. Als hij komt zal hij ons alles vertellen.’  En Jezus antwoordt heel eenvoudig: ‘Ik die met u spreek ben het.’ Dat is genoeg.
Genoeg voor deze vrouw om te beseffen dat ze de liefde van haar leven heeft gevonden, de vervulling van haar diepste verlangen. En genoeg voor de mensen in haar stad, die haar verhaal horen en allemaal naar Jezus op zoek gaan. Het slot van het verhaal is, dat al de Samaritanen zeggen: ‘Wij geloven dat Jezus echt de redder van de wereld is.’

Na dit verhaal blijft er tenslotte één vraag over. Een vraag die naar ons allemaal toekomt.
Uit welke bron drink jij? Waar haal jij het levende water, om het verlangen van je hart te stillen? Zoek je het net als iedereen bij mensen? Zoek je het in wisselende contacten of in een vaste relatie? Verlang je naar warmte, een arm om je schouder? Kijk je uit naar de prins of de prinses op het witte paard?
Of graaf jij dieper? Zoek jij naar de bron die alles geeft en die nooit teleurstelt? Zoek jij naar de eeuwige, blijvende liefd, naar de fontein van levend water, die jou van binnenuit voorgoed verandert?
Die liefde, die fontein, vind je alleen bij Jezus, door te geloven dat hij van God gekomen is, met al de liefde die God te geven heeft. Kom en drink uit deze bron. Neem de liefde aan die hij je gratis uitdeelt. En word een ander mens. Dan zul je nooit meer dorst hebben in eeuwigheid!

“Want U hebt ons gemaakt, o God, met verlangen naar U. En ons hart is onrustig, totdat het rust vindt in U.”  Amen.

 


© 2008: Pieter de Jong/ERV, webmasters: Michael/Thom
De bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling © 2004 Nederlands Bijbelgenootschap

terug naar de voorpagina  druk deze pagina af  zoek op deze site  ga naar de inhoudsoverzicht van deze site  stuur een email aan de ERV