| |
|
|
Evangelische Roze Vieringen
|
Lezing: Hooglied 7: 11-14 en 8: 5b-7a
Hij
7 Wat ben je mooi, wat ben je bekoorlijk,
liefde en verrukking, dat ben jij.
8 Als een palm is je gestalte,
je borsten zijn als druiventrossen.
9 Ik dacht: Laat ik die palm beklimmen,
ik wil zijn bladeren grijpen.
Laten jouw borsten
als trossen van de wijnstok zijn,
je adem als de geur van appels,
10 je tong als zoete wijn
waarin mijn kussen baden,
mijn lippen en tanden gedompeld zijn.
Zij
11 Ik ben van mijn lief,
en hij verlangt naar mij.
12 Kom, mijn lief,
laten we het veld in gaan,
en tussen de hennabloemen slapen.
13 Laten we de wijngaard in gaan, morgenvroeg,
en kijken of de wijnstok al is uitgebot,
zijn bloesems al ontloken zijn,
de granaatappel al bloeit.
Daar zal ik jou beminnen.
14 De liefdesappels geuren al.
Boven onze poorten hangt een keur van vruchten,
vers geplukte, goed gedroogde.
Mijn lief, ik heb ze bewaard voor jou. Zij
5 Onder de appelboom wekte ik jou.
Daar kreeg je moeder weeën,
weeën van jou,
daar baarde ze jou.
6 Draag mij als een zegel op je hart,
als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde,
beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur,
een laaiende vlam.
7 Zeeën kunnen haar niet doven,
rivieren spoelen haar niet weg.
| Gedachte over “Liefde” van Frans Bossink
Liefde, liefde, liefde…
Wat gebeurt er eigenlijk met je, als het zo gaat tintelen,
als je zo’n verrukking overvalt,
je helemaal “valt”… voor iemand,
zo mooi, zo lief, zo hartstochtelijk.
Het tilt je op, het schudt je door elkaar;
de wereld ziet er ineens anders uit –
diezelfde wereld van gisteren:
vandaag hebben de kleuren een intensiteit als nooit tevoren,
alsof je ogen door een zonnebril kijken
met alle kleuren van de regenboog.
Verliefd,
ik ben helemaal weg van hem,
zij is helemaal weg van haar…
Hoe pak ik het aan?
Zal het lukken… deze keer?
Durf ik?
Wil ik?
Wát wil ik?
Als hij nou ook maar met mij wil…
of misschien beter maar niet, want ik heb al een man,
en dan wordt het weer zo ingewikkeld...

Jan Haen schilderde een veelluik
|

Ondanks een regenachtig begin...
| De liefde, wie kent haar niet?
De vervulling,
de teleurstelling,
ja in elk geval toch het verlangen ernaar.
In het liefdesverlangen zijn wij allemaal experts, ervaringsdeskundigen.
Daar heb je geen Bijbelverhaal voor nodig,
alleen een kloppend hart.
Het Rembrandtplein en omgeving ís zo’n kloppend hart,
het hele uitgaansleven barst van het verlangen –
soms wat wonderlijk vormgegeven, maar toch:
in en onder alle aanraking en lijfelijkheid zit ergens dat verlangen naar –
om met pater Van Kilsdonk te spreken –
naar beminnen en bemind te worden.
Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen.
|
Waar komt het vandaan, die liefde, dat verlangen?
Uit de geheime diepte van onze ziel, zou ik denken.
En ja, natuurlijk, uit onze hormonen, onze paardrift.
Maar de chemie van ons lijf mag dan een verkláring geven waarom mensen naar liefde verlangen:
een verklaring geeft nog geen betekenis.
Die vind je in verhalen.
Er zijn er talloze,
in de mythologie en de literatuur,
in de film en de opera.
Dat liefdesgedicht uit het Hooglied is er maar één,
maar wel een zeer hartstochtelijke,
een loflied op het intense leven zelf
dat alleen maar vraagt om geleefd te worden,
en genoten.
De liefde is er,
het verlangen is er,
het laat zich niet verbieden.
Het is er al vanaf den beginne.
In het bijbelse scheppingsverhaal zien we een mens die iemand zoekt,
iemand in wie hij zich herkent,
een tegenover,
iemand om mee op te trekken,
warmte tegen de eenzaamheid.
Dat verhaal van de schepping is eeuwenlang geïnterpreteerd,
verengd ook – alsof daar het fundament van het huwelijk tussen man en vrouw is gelegd.
Natuurlijk mag je dat daarin lezen, als dat de basis is van de manier van leven waar jij voor kiest.
Maar niet exclusief,
want de schepping is zo rijk en veelvormig,
zo veelkleurig als de regenboog:
daar past ieder mens in,
met wat voor liefdestalent je ook gezegend bent.
Al die verschillende talenten om lief te hebben zijn “vondsten van de Schepper” –
om weer met “de pater van Amsterdam” te spreken .
De Schepper zelf heeft ze uitgevonden en aan ons gegeven,
aan elk van ons,
om ze vruchtbaar te laten zijn in ons leven
op de manier die bij ons past en waarmee we elkaar goed doen.
Kijk naar het drieluik –
die schildering van het visioen,
van het land waarvan wij dromen,
waar ieder bemint en bemind wordt zoals zij verlangt.
Of “het” nou mag of niet,
dat is niet de vraag,
daar gaat het helemaal niet over in de grote verhalen.
De vraag is: hoe geef ik vórm aan mijn talent om lief te hebben?
Of eerder nog: hoe laat ik mij raken door die eerste Liefde,
die Bron waaruit wij voortkomen
en die in ons blijft stromen,
van de één naar de ander en weer verder,
de Liefde zelf.
Voorbede
Keren we ons in de stilte van ons hart en leggen we onze gebeden voor aan de Eeuwige…
Schepper van ons leven, Bron van onze liefde,
zie ons hier bijeen,
zie ál uw mensen,
mensen van verlangen,
hoe wij nu eens vervuld zijn en overstromend…,
en dan weer dorstend naar liefde en vriendschap…
Wij bidden U:
boor in ons die bron aan,
het besef dat wij geliefd zijn,
het vermogen om te ontvangen
en van daaruit door te geven
en zo de wereld te herscheppen tot een land van ruimte en kleur…
Zingen we samen… | Lezing: 1 Korinthiers 13: 1 t/m 13
1 Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. 2 Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. 3 Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
4 De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. 5 Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, 6 ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. 7 Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
8 De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan – 9 want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. 10 Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. 11 Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. 12 Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. 13 Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

... schilderde een kunstenares droog over nat.
|

Kees Posthumus
|
OVERDENKING “Schepping, uittocht en opstanding” van Kees Posthumus
Er zijn drie verhalen die in mij de hoop levend houden, drie verhalen uit de bijbel. Het zijn het verhaal over de schepping van hemel en aarde uit het bijbelboek Genesis, het verhaal over de uittocht uit Egypte uit Exodus en het evangelieverhaal over de ochtend van Pasen.
Deze drie verhalen vertellen over schepping, uittocht en opstanding. Drie keer maken zij een beweging. Zij gaan van donker naar licht, van slavernij naar vrijheid, van dood naar leven.
Als het eerste verhaal begint, is het nog woest, leeg en donker op aarde. Dan spreekt de Eeuwige het eerste woord: ‘licht’. En er is licht. Het verhaal van ons bestaan begint met het woord ‘licht’. Niet met ‘er was eens’ of ‘lang, lang geleden’, maar met ‘licht’.
Hiermee breekt de scheppende God dwars door alle machten van woestheid, leegte en duisternis heen. Dwars door onze eigen wanhoop, ons pessimisme en onze neiging om het te houden zoals het is en te berusten in het duister.
‘Licht’, zegt hij, en er is licht. Tot op vandaag, elke dag weer. In dat licht staan wij. Hoe donker het in ons leven ook is, het licht zal het laatste woord hebben.
Met het verhaal van de schepping gaan wij van donker naar licht.
|
| Het tweede verhaal vertelt over een volk, Gods volk, dat zucht en lijdt onder slavernij in Egypte, het land van de dood. God hoort het geklaag van zijn volk, ziet hun lijden en ruikt de stank van hun armoede. Horen, zien, ruiken, en niet zwijgen. God roept Mozes om het volk uit Egypte uit te leiden. ‘Mozes aarzelt, sputtert tegen, gaat uiteindelijk overstag. Met Aäron, naar Egypte, bij het krieken van de dag.’ Tien plagen en veel ellende later is het zover: midden in de nacht wordt het volk geroepen om te gaan, te vluchten uit de slavernij en onderdrukking. En zij gaan. ‘Brandend zand, naar het beloofde land, gaan zij dwars door de woestijn.’
God gaat met hen mee, voor hen uit. Overdag als een rookkolom, ’s nachts als een vuurkolom, een voortijdig en betrouwbaar navigatiesyteem. Het is de bevrijdende God die voor het volk een droog pad maakt, dwars door de zee, naar de veilige overkant.
Zeg nooit dat het niet kan of dat het toch niet lukt. Je kunt altijd weg uit wat je klein en gevangen houdt, uit wat je ongelukkig maakt. Het kan wel, en God gaat met je mee.
Het is precies dit verhaal dat mij hielp en inspireerde bij mijn coming-out, bij mijn keuze om te leven als openlijk homoseksuele man, zo’n twintig jaar geleden nu. Zonder dit verhaal zou ik hier niet staan, ik dank er mijn vroom & vrolijke leven aan.
Met het verhaal van de uittocht gaan wij van slavernij naar vrijheid.
Het derde verhaal vertelt over de ochtend van Pasen, het feest van de uittocht. De dagen daarvoor hebben de leerlingen van Jezus moeten zien en meemaken dat hun grote voorbeeld en aanstekelijke leraar werd opgepakt, terechtgesteld, gemarteld, gekruisigd en gestorven. Zijn verhaal, dat hoop en uitzicht leek te bieden, lijkt ten einde.
Maar op de derde dag gebeurt wat iedereen voor onmogelijk hield en houdt: hij staat op uit de dood. Mij boeit meest de manier waarop de evangelist Marcus dit verhaal vertelt. Hij beschrijft hoe drie vrouwen naar het graf gaan en het leeg vinden. Dan ontmoeten zij een engel, die zegt dat hij hier niet is, dat hij is opgestaan en ons voorgaat in Galilea.
Dan eindigt Marcus met de verve van een thrillerschrijver: … zij gingen weg van het graf en zij zeiden niemand iets, want ze waren bang…
Op deze manier wordt het verhaal een verhaal met een open einde, maak het verhaal en kleur zelf de plaatjes. Het woord is aan jou, laat in jouw leven zien of je gelooft dat Hij is opgestaan. Laat het zien door te doen wat hij deed: zieken genezen, blinden laten zien, doven laten horen en maaltijd vieren met iedereen. Laat in jouw leven zien dat de dood het laatste woord niet heeft en kies voor het leven.
Opstanding: van dood naar leven.
Dat deze verhalen ons dag aan dag inspireren om onze eigen weg door het leven te gaan. Schepping, uittocht en opstanding. Licht, vrijheid en leven.
In jullie liturgieboekje zit een briefje. Wij willen jullie vragen om daar op te schrijven waar je vandaag en hier voor zou willen danken en bidden. Deze briefjes kun je straks neerleggen in een van de drie schalen. In de schaal van geloof, van hoop of van liefde, onder het bijpassende schilderij dat zojuist is ontstaan. Straks zullen wij deze intenties opdragen in drie afsluitende gebeden.
|
God van Licht
Wij danken u voor het licht van deze dag,
Waarmee u ons zegent
Wij bidden u
Maak ons tot mensen van het licht
Die liefde brengen
In deze wereld
God van Bevrijding
Wij danken u voor uw verhalen van bevrijding
Wij bidden u
Laat uw verhaal van bevrijding ons inspireren
Om vrije mensen te zijn
En anderen tot vrijheid te brengen
God van Leven
Wij danken u voor uw Zoon Jezus Christus
Die ons door zijn voorbeeld heeft laten zien
Hoe mensen zouden moeten leven.
Wij bidden u
Laat zijn leven en zijn opstanding ons de kracht geven
Hem na te volgen, op te staan en te kiezen voor het leven.
Wij bidden u dit in naam van onze Heer die ons heeft leren bidden:
“Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven
wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap,
de macht en de majesteit tot in eeuwigheid.
Amen”*.
| 
De gospelformatie G-Roots zong.
|

De ‘gemeente’ luisterde en zong mee...
| OVERDENKING “Geloof, Hoop en Liefde” van Corine Sloots
Geloven kan ons leven richting geven. Maar wat geloven we eigenlijk. Waar geloven wij in? Geloof ik in mijzelf? Geloof ik in God? Geloof we in de mensen die we ontmoeten? Geloven we in de toekomst? Geloof ik in mijn eigen toekomst? Geloven we in de liefde? Wat is geloof eigenlijk?
De teksten uit Hooglied en de brief aan de Korinthiers die we lazen, zijn een loflied op de liefde. De liefde die overweldigend kan zijn, laaiend als een geweldig vuur, onuitblusbaar en voor geen geld te koop. De teksten spreken ook van liefde als de zin van het leven, als de bestemming van ons bestaan. Waarbij de liefde als de oerbron voor hopen en geloven wordt gezien. Ik ken echter veel mensen die dit absoluut niet zo in hun leven ervaren. Die teleurgesteld zijn in wat het leven hen heeft geboden, bitter zijn geraakt, teleurgesteld in de liefde. Al helemaal nergens meer op hopen en het woord geloven al lang niet meer gebruiken.
Ook ikzelf ben weleens teleurgesteld over hoe mijn leven loopt, raak teleurgesteld in mensen en niet in de laatste plaats raak ik teleurgesteld in mijzelf. Dan vraag ik me af of liefde inderdaad de zin is van mijn bestaan. En ik besef me hoe kwetsbaar de liefde kan zijn.
|
Soms of langduriger ervaren wij de liefde en de liefde van God niet. Laten we dat vooral erkennen. Maar dat betekent nog niet dat de liefde niet bestaat. Dat betekent niet dat die bron van Liefde, de Eeuwige en zijn Geest zich niet met jouw leven bezighoudt. De bijbel kent maar eén soort liefde, de liefde van God, voor ons mensen. De Eeuwige houdt ervan zijn liefde te tonen. Zo heeft hij zijn liefde kéér op keer getoond. Toen hij het volk Israël uitleidde uit Egypte weg van het juk van de onderdrukking, toen hij Jezus stuurde als boodschapper van zijn liefdesboodschap voor ons, om ons via Jezus het gezicht van de Eeuwige te laten kennen. De Eeuwige wil zich laten kennen aan de mensen en Hij wil een relatie met ons aangaan. Niet voor niets is Zijn Naam “Ik zal er zijn”. De God die zich laat kennen in de verhalen van de bijbel, in de levensverhalen van mensen, komt ook ons iedere dag weer tegemoet. Zoals iedere morgen opnieuw het licht als vanzelfsprekend op ons toekomt, zo wil God ons iedere dag ontmoeten en bemoedigen op onze levensweg.
Wanneer er momenten of periodes in je leven zijn dat alle geloof uit je is weggeslagen, dan mag je je sterken aan deze bijbelse verhalen van bevrijding, die uiteindelijk levensverhalen zijn van mensen. En je mag geloven dat God ook vandaag zijn liefde toont. Al is dat niet vanzelfsprekend en lijkt geloven in Gods liefde soms tegen alles wat je ervaart en ziet in te gaan. Geloven is tegendraads en het vraagt moed om Gods liefde te zien. Geloven is je af en toe durven overgeven aan de gedachte dat de liefde van de Eeuwige zich altijd weer laat zien en van eeuwigheid her is. Zo kun je Gods liefde zien en ervaren in de goede dingen die deze dagen gebeuren hier tijdens de Gay Pride, een optocht vol mensen die hun identiteit vieren. Of in de totstandkoming van een viering als deze, met prachtige muziek en ontmoetingen tussen mensen.
Tenslotte, het meest belangrijke, bedenk dat vanaf jouw schepping Gods naam is verweven met jouw naam en jouw bestemming in dit leven. Laten we dan ook omzien naar elkaar en uitdelen uit de oerbron van de liefde opdat de liefde en het geloof onder ons overvloedig zullen zijn. Laten we elkaar opbouwen, laten we
Elkaar straks na de dienst ook ontmoeten, ons laven aan de liefde en de liefdeswijn, we hebben elkaar zoveel te bieden, verbonden door Gods liefde. |
Voorbeden
Eeuwige God,
Wij bidden u om liefde, hoop en geloof. Geloof in onszelf en geloof in onze toekomst.
Geloof in de ander en Geloof in een toekomst voor anderen. Wij bidden u om te blijven geloven in ons. U gelooft in ons, u gelooft in het unieke van een ieder van ons mensen. Wij zijn geschapen naar uw beeld, en dat beeld is goedheid en liefde. Wij bidden u, laat uw liefde en uw geloof in ons, ons leiden naar onze bestemming in ons persoonlijk leven.
Laten we elkaar opbouwen in de liefde en in geloof in een toekomst met U, eeuwige God, die met uw Geest van liefde onder ons werkzaam wil zijn.
Laat de liefde in ons nooit verloochend worden, doordat wijzelf of anderen denken dat deze liefde die wij voelen, niet hoort, niet mag. Laten wij ons met onszelf en met u verzoenen, zodat wij terugkeren naar de moederbron, de Liefde die alles doordrenkt, zodat wij blijven geloven, in onszelf en in onze ontmoeting met de Eeuwige. Zodat er veel is om van te genieten, om zin aan te beleven, om voor te leven en om voor te kiezen. Zodat wij werkelijk onze eigen kleur durven aannemen, en daarmee deze wereld verrijken. |
|
| 
| Ook tijdens de grachtenparade waren christenen vertegenwoordigd.
|
© 2008: Frans Bossink, Kees Posthumus en Corine Sloots/ERV, foto's: webmasters: Michael/Thom
*) De bijbeltekst Matteüs 6:10-14 (het 'Onze Vader') is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling © 2004 Nederlands Bijbelgenootschap |
|
|