Evangelische Roze Vieringen

Overdenking
bij Psalm 22

door Pieter de Jong

25 maart 2007

Lezingen:

OVERDENKING

Psalm 22

Ik sta alleen, want U bent weggegaan.
Mijn God, mijn God waarom?
U bent mijn redding, maar niet hier en nu.
Waar bent U dan? Te ver bij mij vandaan.
Ik roep U na, mijn God,
ik roep Uw Naam steeds weer.
U antwoordt niet. U kent mij nu niet meer.
Toch, U alleen bent God. U haat het kwaad
Terecht houdt Israël U hoog.
Hun lofzang is Uw Heiligdom.
Mijn vader zei dat hij U had vertrouwd en dat u hielp.
En ook zijn vader riep U en hij werd gered.
Voor hen was U betrouwbaar, Heer.

Maar ik ben niets en kan ook niets meer doen.
Ik word bespot en hoe!
Wie mij ziet, lacht en haalt de schouders op,
die kijkt me na en zegt: "Dat gaat goed fout.
Hij sleept zich voort, naar God,
die zou zijn redding zijn.
Als God iets doet, als Hij nog van hem houdt."
Toch haalde U mij uit de moederschoot.
Toch legde U mij aan haar borst.
Ik was er en ik was van U.
Mijn moeder heeft mij aan U toevertrouwd. U bent mijn God.
Dus blijf niet langer weg. Mijn God, ik ben zo bang
en niemand helpt me. Help mij dan!

Een kudde stieren drijft me in het nauw.
Zij zijn te sterk en met te veel.
Een overmacht, ze laten mij niet gaan,
maar doen hun bek wijd open als een leeuw,
een leeuw die, klaar om toe te slaan, eerst brult
voordat hij springt, voordat hij zijn prooi verslindt.
Ik ben als water dat is weggegooid.
een lichaam, helemaal ontwricht,
mijn hart dat smelt als was. Niet meer. Niet meer.
Mijn keel is als een scherf, zo uitgedroogd.
Mijn tong kleeft in mijn mond. Mijn God,
U legt me in het doodsstof neer.

Een goddeloze bende jaagt me op.
Als honden sluiten ze mij in.
Zij zijn op jacht. Ik ben hun prooi. Ik word
aan handen en aan voeten vastgezet.
Mijn dagen zijn geteld. Dat zien zij ook.
Mijn kleren hebben zij alvast verdeeld.
En U, HEER, U blijft zo lang zo ver weg.
U bent mijn kracht. Red mij, kom snel.
Eén leven heb ik maar. Als U niet helpt,
dan sterf ik zeker door het grof geweld
van honden, leeuwen, stieren. Help!

Ik werd door U gehoord.
Mijn God, mijn God heeft mij geantwoord (3 keer)

En dus, wanneer ik over U vertel,
noem ik U trouw en goed.
Mijn broers en zussen, Jacob, Israël,
toon diep ontzag voor God, geef Hem de eer,
want God zwijgt niemand dood.
God is niet blind, niet doof.
Hij hoort mijn stem. Hij antwoordt als ik roep.
Mijn HEER, wanneer ik in de tempel ben,
dan kom ik mijn beloften na.
U doet, U deed, U heeft gedaan
en dus schreef ik een psalm. Wie honger had, heeft nu genoeg.
Wie zoekt, vindt veel. Wie schreeuwt om God, zingt ooit een lied.
Geluk met jou. Het ga je goed.

Laat alle mensen horen wat ik zeg:
"Ga nu naar God terug.
Buig diep voor Hem, kniel voor de Koning neer,
want God regeert. De wereld is van Hem."
De HEER geeft straks een feest
en dan komt iedereen.
Iedereen buigt, knielt voor de koning neer.
Dit geldt voor iedereen, voor arm en rijk,
voor wie op weg zijn naar de dood -
ze geven alle eer aan God.
Hun kinderen dienen Hem en zij vertellen alles door,
dus iedereen weet wie God is en wat Hij deed.
Ze zingen: "God heeft het volbracht."

Deze berijming is die van "Psalmen voor nu" © Boekencentrum Zoetermeer.

Inleiding. 
Lieve mensen,
Ik ben vandaag niet alleen de voorganger, maar ook de voorzanger, op eigen verzoek. Het lied dat ik daarnet voor jullie heb gezongen  - een nieuwe bewerking van Psalm 22; tekst en muziek zijn onderdeel van het project ’Psalmen voor nu’ - is al een preek op zichzelf. Een goede preek brengt het Woord van God immers dichterbij de mensen van vandaag. En dat is precies wat dit lied doet. Zo heb ik dat gevoeld, toen ik het voor het eerst op CD hoorde. En zo ervaar ik het nu weer, nu ik het zelf heb mogen zingen. Tekst en muziek raken niet alleen je hoofd, maar vooral je hart. De titel vat alles samen: ‘ Als God iets doet’. Ja, dat is altijd weer de grote vraag. Doet God wel iets? Houd Hij nog wel van mij?
Een preek op zich dus, dit lied. Wat kan ik daar nog aan toevoegen? Laat ik nog een paar opmerkingen maken, als mijn persoonlijke verwerking, die ik met jullie wil delen.

1.  Het eerste dat me treft is hoe actueel dit bijbelse lied is.
Psalm 22 gaat over David in de moeilijkste periode van zijn leven. David klaagt dat iedereen tegen hem is en hem kapot wil maken, en dat God heel ver weg is. 
Het lied gaat op een wonderlijke manier ook over de Here Jezus aan het kruis. De Here Jezus beleeft de zwaarste dag van zijn leven. Terwijl Hij met zijn doodsstrijd bezig is, wordt Hij door iedereen bespot. Waar is God in deze vreselijke uren? Houdt God zich afzijdig? Waarom?
Maar het meest wonderlijke vind ik, dat dit oude lied van David dat door de Here Jezus aan het kruis wordt overgenomen, tegelijk een lied voor vandaag is. Mensen van nu kunnen zich er zomaar in herkennen.
Ik sta alleen, want U bent weggegaan. Mijn God, mijn God, waarom?

Wie van ons heeft nooit een tijd in zijn leven gehad, dat dit precies is wat je toen meemaakte? En wie kent geen mensen die daar op dit moment middenin zitten? Nee, dit geldt natuurlijk niet alleen voor homo’s en lesbiennes. Iedereen die anders is, iedere minderheid kan dit meemaken. Maar ik weet dat er ook hier bij ons mensen zijn, die de schreeuw van Psalm 22 herkennen. Het is te horen in onze verhalen die we aan elkaar vertellen. Verhalen die het nog steeds nodig maken dat deze vieringen er zijn.
Het leven kan soms zo’n pijn doen. Mensen kunnen je kwetsen, ze kunnen je kapotmaken, zelfs met vrome woorden. Je kunt helemaal alleen komen te staan. Het kan donker worden om je heen. Je kunt geen kant meer op. En je weet niet waar je het zoeken moet. Je wilt wel roepen: Help! Maar er is niemand die naar je luistert. Zelfs God is er niet. Ja, Hij is er misschien wel, maar Hij laat niets van zich horen. Hij blijft ver weg, onbereikbaar. Je gebed kaatst terug tegen een dichte hemel. En je zakt steeds verder weg in zwarte wanhoop en angst.
Ik ben als water dat is weggegooid, mijn lichaam helemaal ontwricht,
een hart dat smelt als was ... Mijn keel is als een scherf zo uitgedroogd ...
Als je je zo voelt, zegt Psalm 22, ben je in goed gezelschap. Je bent niet alleen. David en Jezus staan vlak naast je. Maar goed, de vraag blijft ook dan nog staan: Als God iets doet ...  Doet God wel iets?

2.  Het tweede dat me in deze psalm treft is de bijna wanhopige poging om het oude vertrouwen van vroeger terug te vinden en vast te houden.
Toch, U alleen bent God ...
Mijn vader zei dat hij U had vertrouwd en dat U hielp ...
Toch haalde U mij uit de moederschoot ...
Mijn moeder heeft mij aan U toevertrouwd. U bent mijn God ...
Eigenlijk vind je dit in alle psalmen van de Bijbel terug. Dat mensen in de diepste nood van hun leven zeggen: En toch! Ook al ben je alles kwijt, ook al zie je geen licht, ook al ben je helemaal alleen en doet alles je pijn, je zoekt naar iets dat sterker is dan jijzelf. Je kijkt terug naar wat je ooit hebt meegekregen aan liefde en zekerheid.
Ooit heb je geweten: ik sta niet alleen, ik ben van God, ik ben zijn kind. Hij houdt van mij, Hij laat me niet los, Hij gaat met me mee, Hij helpt me. En ook al ben je die zekerheid op dit moment helemaal kwijt, door alles wat er over je heen komt aan afwijzing en teleurstelling en pijn, ook al word je verscheurd door angst en verdriet, je laat niet los, je vecht om terug te vinden wat je bent kwijtgeraakt.
Misschien kun je alleen nog maar angstig schreeuwen: help! Misschien kun je alleen nog maar vertwijfeld roepen: waarom? Maar dat is genoeg. Genoeg om niet voorgoed weg te zinken. Roep maar, schreeuw maar, al is het tegen een dichte hemel. O God, kom toch en red mij van dit grof geweld. Want het kan toch niet waar zijn, dat we altijd tevergeefs op U vertrouwd hebben?

3.  En dan is er nog een derde ding dat me treft.
Er zit een verrassende wending in deze psalm. Het ene moment is alles nog stikdonker en hoor je David wanhopig roepen en klagen. Het volgende moment is alles licht en vrolijk en zingt David een danklied, waarbij hij iedereen oproept om mee te doen. Hij is opeens niet meer alleen. Er staat een zingend volk om hem heen, en er verschijnen zelfs nieuwe generaties aan de horizon, die de lof aan God verder dragen.
Hoe kan dat? Wat is er gebeurd? Gij hebt mij geantwoord!, zingt David. Geantwoord? Hoe dan? Daar horen we verder niets over. Het belangrijkste is blijkbaar, dat David op de een of andere manier gemerkt heeft dat God niet ver weg is. Zijn schreeuw om hulp heeft bij God gehoor gevonden. God heeft zich over zijn eenzame en doodsbange kind ontfermd.

Diezelfde verrassende wending zien we ook op Golgotha, waar de Here Jezus aan het kruis hangt. Het ene moment schreeuwt Hij wanhopig uit: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? En het volgende moment roept Hij opgelucht: Het is volbracht!  Ook nu kun je je afvragen: wat is er dan gebeurd? Want in de omstandigheden is niets veranderd. De Here Jezus hangt nog steeds weerloos aan die kruispaal. Hij is nog steeds bezig te sterven. Kort na zijn laatste uitroep buigt Hij het hoofd en geeft de geest. Zijn moegestreden lichaam wordt losgemaakt van het kruis en in een graf gelegd. Zo eindigt zijn lijden in de stilte en de kilte van de dood. 

En toch is op dat ene moment alles veranderd. Op het moment dat Jezus er niet meer tegen kan en Hij het uitschreeuwt: Mijn God, waarom bent U er niet? – juist dan draait alles om.
Dat Jezus in zijn nood tot God roept, dat is eigenlijk al het antwoord.
Jezus die weerloos en verlaten sterft aan een kruis, is het antwoord van God aan een wereld in nood. Want dit is Gods diepste antwoord, dat God zelf het lijden van de wereld op zich neemt in weerloze liefde. Een liefde die alles geeft en die alles verdraagt. God zelf kiest voor de veroordeling en voor de spot en voor de godverlatenheid. Zijn liefde laat zich kruisigen en te schande maken. Zijn liefde laat zich door zinloos geweld vermoorden. Heel die donkere lijdensweg van Jezus is het wonderlijke werk van Gods liefde. Een liefde die zichzelf opoffert om de wereld te redden. Jezus heeft het begrepen. Hij heeft het aanvaard.
Gij hebt mij geantwoord!
Want God zwijgt niemand dood. God is niet blind, niet doof.
Hij hoort mijn stem. Hij antwoordt als ik roep.
En dus klinkt er op Golgotha tenslotte een lied, een juichkreet: Het is volbracht!
En dat lied wordt overgenomen in de hele wereld. Iedereen die in nood is en om hulp roept, mag het meezingen. Ook de komende generaties stemmen ermee in.
Dus iedereen weet wie God is en wat Hij deed.
Ze zingen: God heeft het volbracht!

Slot  Lieve mensen, we gaan straks avondmaal vieren. Avondmaal: dat is vandaag Gods antwoord aan mensen die weerloos zijn.
We vieren avondmaal. Wat valt er eigenlijk te vieren aan een kruisiging? Hoe kun je feestvieren na zo’n verschrikkelijke moordpartij? Dat is nou het geheim van het christelijk geloof. Wij vieren niets minder dan de grootste liefde, de uiterste goedheid van God. Jezus zelf komt in het avondmaal naar ons toe. Hij zegt: neem mijn lichaam, drink mijn bloed, dan zul je leven. Want ik heb aan het kruis mijn leven voor jou gegeven.

Die gevende liefde, die maakt alles anders. Ook al is je geluk kapot gevallen, ook al word je door mensen uitgesloten en bedreigd, je bent niet alleen. Jezus is bij je. Hij steekt zijn gekruisigde armen naar je uit. En bij Hem vind je zomaar een nieuwe kring van broers en zussen, die om je heen staan, die je steunen en beveiligen.
Zo vieren we avondmaal. Als een lichtstraal van God in het donker en een teken van hoop: De Heer geeft straks een feest, en dan komt iedereen. Iedereen buigt, knielt voor de koning neer ...
Kom nu maar, eet en drink, en vertrouw dat Gods liefde je draagt. Dan kun je ook samen zingen: Want Hij heeft het gedaan!  Amen.

Pieter de Jong


© 2008: Pieter de Jong/ERV, webmasters: Michael/Thom

terug naar de voorpagina  druk deze pagina af  zoek op deze site  ga naar de inhoudsoverzicht van deze site  stuur een email aan de ERV