OVERDENKING
Broeders en zusters van onze Heer,
Hoe vaak hoor je het niet: Ach, je doet het niet voor jezelf, je doet het voor je kinderen. En dan kunnen mensen het over hele verschillende dingen hebben: waarom ze werken en hard werken, waarom ze zich inzetten voor de maatschappij of wereld om hen heen, waarom ze aan zichzelf voorbij lopen of eigen belangen terzijde schuiven. Kinderen vormen een grote motivator voor vanalles en nog wat in het leven. Maar het krijgen van kinderen is niet vanzelfsprekend. Dat weten we maar al te goed. Op de vraag over de behoefte naar kinderen reageren we verschillend. Daar wil ik het vanmiddag niet over hebben. We richten ons op het verhaal van Sara en Abraham.
Sara lijkt onvruchtbaar, maar als door een wonder wordt ze toch nog op latere leeftijd zwanger en bevalt ze van Isaak. Wat zou God ons in onze tijd en cultuur willen zeggen in deze verhalen? Nu gaat dit verhaal niet over stelletjes die geen kinderen kunnen krijgen, om wat voor een reden dan ook. Dit verhaal wil niet zeggen dat die stelletjes als ze geloven toch wel zwanger kunnen worden, zoals Abraham en Sara. Dat voelen we allemaal wel aan. Dit verhaal zegt meer iets over Israël, over hoe God op een bijzondere manier een start heeft gemaakt met Abraham en hoe God trouw blijft aan zijn beloften. Dit verhaal wil ons vertellen hoe Abraham met de belofte van God omgaat, want hij en Sara hebben er nogal een tijd op moeten wachten voordat de belofte vervuld werd. Ze werden er zo wanhopig over dat ze zelf ook pogingen ondernamen om de belofte te laten uitkomen: bv door de slavin van Sara maar even de plek van haar in te laten nemen. Sara denkt: Als Hagar zwanger zou worden, dan zou het kind ook een soort van haar zijn en zo gezegd, zo gedaan. De verhalen van Abraham en Sara laten zien hoe zij worstelen met de belofte van God, die maar niet uit lijkt te komen.
Neemt niet weg dat in dat verhaal ik ook het verlangen van Abraham en Sara lees naar kinderen. De wens van Abraham en Sara is zo vanzelfsprekend. Zij willen graag kinderen, zij willen graag nageslacht, willen graag dat hun naam wordt doorgegeven, ze willen zo graag wat ze hebben opgebouwd doorgeven. Maar hun verhaal begint met een spanning. Maar Sara is onvruchtbaar. Het is niet moeilijk om voor te stellen hoe dat geweest zal zijn, naast alle culturele verschillen: anderen om Abraham en Sara heen krijgen hun eerste kind, hun tweede, hun derde…En zij zijn nog steeds kinderloos. De omgang met kinderloosheid zal ongetwijfeld wel met deze tijd verschillen. Toen was het een schande, want wellicht werd het stel gestraft door God of beproefd, in ieder geval werden ze door de omgeving gestraft met roddel en minachting. Nu is het niet zozeer een schande meer, maar de pijn om zelf geen kinderen te kunnen krijgen is vaak niet minder.
In vergelijking met veel andere landen hebben we als homo’s en lesbiennes geen slechte positie in dit land. Wettelijk kun je je relatie vastleggen, geregistreerd partnerschap of huwelijk. Eindelijk hebben we het stadium bereikt dat we gelijk zijn aan hetero’s, maar is dat zo? Mensen kunnen heel correct reageren als je zegt dat je een vriendin hebt ipv vriend, kijken nergens van op. Kunnen informeren of je ook kinderen hebt of wilt. Alsof er niets aan de hand is.
De kro heeft van de week een show over het grootste taboe gehouden. Ik vraag me af of het een taboe is om te zeggen dat homo-relaties niet gelijk zijn aan heterorelaties. Ook al is alles gelukkig juridisch goed te regelen, is de romantiek min of meer geaccepteerd. Toch. Is het een taboe om toe te geven dat het pijnlijk is dat je de liefde kunt bedrijven met je geliefde, maar dat je nooit samen nieuw leven kunt verwekken? Dat je een hele vruchtbare relatie in allerlei opzichten kunt hebben, behalve in de meest letterlijke zin.
Sara, zij lacht. Uiteindelijk lacht zij als Isaak geboren wordt. Zij zegt: God maakt dat ik weer kan lachen en iedereen die dit hoort zal met mij mee lachen. Sara is bevrijd van de schande van kinderloosheid, maar ook haar verlangen is vervuld. Zij zegt niet dat het Isaak is die maakt dat zij weer kan lachen, God maakt dat ze weer kan lachen.
Zij is niet de enige die door God weer lacht, want de bijbel is verder gegaan. Andere verhalen zijn geschreven. Het verhaal van Abraham en Sara heeft de israelieten oa willen leren dat God trouw blijft aan beloften. Dit verhaal is waarschijnlijk in de ballingschap opgetekend. Het zal ongetwijfeld veel ouder zijn en mondeling zijn overgeleverd van ouders op de kinderen. Ondertussen is het gezinnetje van Abraham en Sara uitgegroeid tot het volk Israel. En terwijl Israël in ballingschap is, ver weg van eigen huis en haard vertellen ze elkaar dat God deed wat hij beloofd had. En dat zij op een dag weer terug zullen gaan naar huis.
In die vreemde cultuur proberen ze vast te houden aan hun God, door de verhalen te vertellen en zijn wetten te volgen . Maar ze komen in die vreemde cultuur ook met mensen in aanraking die afgewezen worden voor de israelitische tempeldienst, omdat ze de heilige tempel zouden ontwijden. Ik heb het hier over de eunuch: Dit was iemand die ontmand was en daarmee uitermate geschikt als vrouwenoppasser van een harem. Ester had op gegeven moment ook met zo’n haremwachter te maken. Zo’n eunuch was dus officieel uitgesloten van de tempeldienst. Maar in Jesaja 56 horen we daar een tegenstem. Hier spreek iemand die zich verder gaat bezinnen op de positie van de eunuch. Telde zo’n iemand echt niet mee bij de God van Israël? In die tijd zal het de vraag zijn geweest wat zo’n leven dan nog voor waarde had, omdat hij ook geen kinderen had. Geen tempeldienst en geen nageslacht. Wat de profeet zegt in Jesaja 56 wil ik jullie niet onthouden:
En laat de eunuch niet zeggen:
‘Ik ben maar een dorre boom.’
4 Want dit zegt de HEER:
De eunuch die mijn sabbat in acht neemt,
die keuzes maakt naar mijn wil,
die vasthoudt aan mijn verbond,
5 hem geef ik iets beters dan zonen en dochters:
een gedenkteken en een naam in mijn tempel
en binnen de muren van mijn stad.
Ik geef hem een eeuwige naam,
een naam die onvergankelijk is.
Indie oude culturen, ziet de profeet dat God nageslacht relativeert. God laat de waarde van iemands leven niet afhangen van kinderen, laat het niet afhangen van een lijn van geslachten die doorgaat, en God laat de waarde van iemands leven ook niet afhangen van een familienaam die blijft. Maar de waarde van je leven hangt af van de plek die je bij God inneemt. Hij vind jou waardevol. Van de eunuch die officieel van de tempeldienst uitgesloten was, omdat hij ontmand was, van hem zegt God dat hij een naam in zijn tempel krijgt, zijn naam gaat niet verloren. En ook hij mag lachen.
En nu, nu hebben we de verhalen van Abraham en Sara, maar ook het verhaal van de eunuch. Kinderen of geen kinderen, dat is niet het centrale in deze bijbelgedeelten. Centraal is het volgen van Gods wil en het geloven in Gods beloften. Abraham wordt later niet herdacht vanwege zijn kinderen, maar vanwege zijn geloof in God ook al zag die weinig van zijn beloften. God geeft de eunuch iets beters dan zonen en dochters, namelijk zijn naam in de tempel, een eeuwige naam als hij keuzes maakt naar Gods wil en vasthoudt aan zijn verbond.
Onze waarde ligt niet in het al dan niet hebben van kinderen. Onze waarde ligt verankerd in God die ons waardevol vindt en ons oproept om zijn wil te zoeken en te volgen. In het geloof dat hij trouw is aan ons.
Amen