|
Hooglied
8:6 – 7a:
6 Draag mij als een zegel op
je hart,
als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde,
beklemmend als het dodenrijk de hartstocht
De liefde is een vlammend vuur,
een laaiende vlam.
7 Zeeën kunnen haar niet doven,
rivieren spoelen haar niet weg.
Efeze 4: 32 – 5:2:
32 Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u
in Christus vergeven heeft.
61 Volg dus het voorbeeld van
God, als kinderen die hij liefheeft, 2 en ga de weg van de
liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven
heeft als offer, als een geurige gave voor God.
Efeze 5: 14 – 20:
14 en alles wat openbaar wordt, is zelf
licht. Daarom staat er: 'Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en
Christus zal over u stralen.' 15 Let dus goed op welke weg u bewandelt,
gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. 16 Gebruik uw dagen
goed, want we leven in een slechte tijd. 17 Wees niet onverstandig, maar
probeer te begrijpen wat de Heer wil. 18 Bedrink u niet, want dat leidt
tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen 19 en zing met elkaar
psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met
heel uw hart voor de Heer 20 en dank God, die uw Vader is, altijd voor
alles in de naam van onze Heer Jezus Christus. |
Broeders en zusters,
Leef! is het thema van deze dienst. Eigenlijk wel gek, om dat tegen elkaar
te zeggen. We leven toch allemaal? Anders waren we hier niet. En toch,
leven, echt leven is niet vanzelfsprekend. Wanneer leef je nu echt? Ik
denk dat, wanneer ik dat aan verschillende van jullie zou vragen, ik ook
verschillende antwoorden zou krijgen. De één zou vinden
dat je echt leeft, wanneer je de dingen kunt doen die je leuk vindt. De
ander zou zeggen dat je echt leeft, wanneer dat samen met een ander is.
Een volgende zal zeggen dat je echt leeft, wanneer je iets zinnigs doet
met je leven.
Leven – we doen het allemaal omdat we nu eenmaal op deze wereld
gezet zijn. En toch zijn we op een bepaalde manier ook allemaal op zoek
om het leven ten volle te kunnen leven. Om eruit te halen wat erin zit.
Als ik voor mijzelf zou moeten formuleren wat ‘ten volle leven’
inhoudt, dan heeft dat denk ik te maken met zelf tot je recht komen en
er zó te zijn voor een ander dat die tot zijn/haar recht kan komen.
Dàt is voor mij wat leven is. En dat heeft voor mij alles te maken
met God en met geloven. Het zoeken naar wat God van je vraagt in dit leven
en naar wat God je geeft in dit leven, is denk ik een goede manier om
tot je recht te kunnen komen. Voor mij is dat wat het Koninkrijk van God
inhoudt. Het Koninkrijk van God is overal te vinden, waar mensen daadwerkelijk
beeld van God zijn. Beelddrager van God zijn. Waar mensen rechtvaardig
zijn, waar mensen trooster voor een ander zijn. Waar mensen blijven werken
aan vrede, hoe taai en hoe moeilijk dat ook is. Waar mensen treden in
de voetsporen van Jezus Christus.
Dat heeft alles te maken met liefde. Liefde voor je medemens. Die liefde
ervaar je misschien wel het diepste wanneer je iemand vindt die bij je
gaat horen. Ergens ben je allemaal naar zo iemand op zoek. Mensen hebben
vaak gezocht naar redenen waarom een mens toch altijd op zoek is naar
een wederhelft. De Rabbijnen baseren dit op het scheppingsverhaal. God
heeft van Adam een rib genomen en daar Eva uit gebouwd. (Even tussen haakjes:
ik beschouw dit wel als poëtisch taalgebruik en niet als letterlijke
vertelwijze hoe alles vroeger ooit gebeurd zou zijn). Maar goed, omdat
Adam nu een stuk van zijn skelet, van zijn basis kwijt is, zal hij altijd
op zoek gaan naar wat hij mist.
De Grieken hebben ook een boeiend verhaal. Zij vertellen hoe de mensen
vroeger een soort bolvormige wezens waren, die ongeveer met de rug aan
elkaar vast zaten. Ze hadden twee hoofden, die twee richtingen uit konden
kijken. Ze hadden vier armen, waarmee ze alles konden grijpen. En ze hadden
4 benen, waarmee ze in no time overal heen konden rennen.
Omdat ze zoveel konden, werden ze steeds hoogmoediger, steeds arroganter.
De goden pikten dit niet en besloten de bolwezens te splitsen. Nu waren
er man/man-bolwezens, vrouw/vrouw-bolwezens en man/vrouw-bolwezens. Ze
werden gespleten en zo werd de mens geboren. Maar de mens blijft altijd
op zoek naar de wederhelft die ooit aan hem of haar vastgezeten heeft.
Omdat men met de rug aan elkaar vastzat, had men z’n wederhelft
nooit gezien en blijft daar de rest van het leven naar op zoek.
Sommigen hebben het geluk die wederhelft te vinden. Er zijn er, die op
het eerste gezicht de ander al herkennen. Er zijn er ook, die gaandeweg
ontdekken dat de ander wel eens die wederhelft zou kunnen zijn.
Als je echt je wederhelft vindt, word je denk ik een completer mens. Het
is niet voor niets dat het Hooglied hoog opgeeft van de liefde. “Draag
mij als een zegel op je hart, als een zegel op je arm. Sterk als de dood
is de liefde”. Liefde is de kracht die de dood tegengaat. Die blijft,
ook over de dood heen. Ik heb iemand het huwelijk eens een keer horen
omschrijven als een vluchthaven tegen de dood. Het feit dat er iemand
is die je liefheeft, die je kent in al je facetten, betekent dat jouw
leven niet vergeten wordt, wanneer je dood gaat. Ik weet niet of jullie
de film “Shall we dance” gezien hebben. Daarin verwoordt Susan
Sarandon ook heel mooi, waar het eigenlijk om gaat in een relatie. Het
gaat niet om de grote dingen zegt ze. De onvergetelijke passie, de liefde
die alles overwint. Nee, waar het ten diepste om gaat, is dat er iemand
is die getuige is van je leven. Die met je meeleeft; die je succes èn
je verdriet deelt. Iemand voor wie het uitmaakt, dat jij er bent. Die
duidelijk maakt dat jouw leven ertoe doet.
Vandaag vieren we met Jos en Anja dat zij zo iemand gevonden hebben. Ze
trekken nu al zo’n 10 jaar met elkaar op. Over hoogte- en dieptepunten.
Over de vlakte. Ze hebben ontdekt dat je niet permanent op de toppen van
verliefdheid leeft en dat de ander heel wat lastige trekjes heeft. Maar
ze hebben ook ontdekt dat ze ondanks alles en hoe dan ook bij elkaar horen.
Ze hebben ontdekt dat de ander er wezenlijk toe doet.
Sterk als de dood is de liefde.
Dat moet ook wel. Want stel dat je je wederhelft tegenkomt, je wederhelft
ontdekt (wat al heel bijzonder is), dan is nog niet gezegd dat je heel
je leven bij elkaar blijft. Je kunt elkaar kwijtraken aan het leven en
je kunt elkaar kwijtraken aan de dood. Gisteren is in de Dominicuskerk
de Aidsherdenkingsdienst geweest. Velen hebben een geliefde verloren aan
aids. Hebben meegemaakt hoe een partner, een familielid, een vriend ten
onder ging aan aids. En ook al zijn er aidsremmers en ook al kan aids
lang onderdrukt worden wanneer je HIV-besmet bent, het blijft een slopende
ziekte die de dood voor velen tot een bittere realiteit heeft gemaakt.
En niet alleen hier – op zoveel plaatsen in de wereld doet aids
nog steeds verwoestend werk. In grote delen van Afrika en Azië, waar
het taboe op aids de kans op beheersing van de ziekte nog moeilijker maakt
dan het al is.
En toch, toch heeft de dood niet het laatste woord. Sterk als de dood
is de liefde. Het laatste woord is aan de liefde. Niet alleen de liefde
tussen partners. Want het is zowiezo niet iedereen gegeven om zijn of
haar wederhelft te vinden. Liefde is er in heel verschillende vormen.
In het Hooglied wordt hoog opgegeven van de liefde tussen man en vrouw
in dit geval. In het Nieuwe Testament vinden we o.a. Paulus, die her en
der ook hoog opgeeft van de liefde.
De liefde waar hij over spreekt, is de liefde die een weerspiegeling is
van de liefde van God, de agapè. De liefde tussen partners wordt
in het grieks doorgaans eros genoemd. De agapè legt weer een ander
accent. Hierin gaat het er niet zozeer om dat je de ander lief en aardig
vindt, maar gaat het meer over de liefde als levenshouding. De liefde
die erop uit is de ander tot zijn recht te laten komen – ook op
momenten dat je ander geen aardig mens vindt. Of de ander wel achter het
behang kunt plakken. Dan toch, ben je gericht op het welzijn van de ander.
Op het vergeven en niet kwaad doen aan de ander.
Deze liefde is een weerspiegeling van de liefde die God heeft voor mensen.
‘Volg dus het voorbeeld van God’, zegt Paulus, ‘als
kinderen die hij liefheeft en ga de weg van de liefde.’ En wat houdt
die liefde dan in: wees goed voor elkaar en vol medeleven. Vergeef elkaar,
zoals God u in Christus vergeven heeft.
Vergeving, verlossing, troost. Vanuit die woorden kan een mens leven.
Ten volle leven en tot zijn recht komen. Daarom kan Paulus verderop ook
zeggen: ontwaak uit uw slaap; sta op uit de dood en Christus zal over
u stralen.
Leef! Je hebt die bron in Christus. Je hebt een bron van liefde, die er
altijd op uit dat jij tot je recht komt. Je hebt die bron om uit te putten.
Laat de Geest je vervullen en lofzing met psalmen en hymnen. Dat je blij
bent dat je er bent, simpelweg omdat voor God jouw leven ertoe doet. Omdat
God vreugde en lofzang voor je heeft weggelegd.
Dat betekent niet dat het leven alleen maar feest en lol is. Integendeel.
Het betekent wel dat je bewust je leven leeft. Je bewust bent van de goede
momenten. Je bewust bent van de innerlijke vrede die bij je blijft, wat
er ook gebeurt. In God is dood niet dood. In God leven onze geliefden
voort. Hoezeer wij hen ook missen, hoezeer wij ook een gat in ons bestaan
voelen omdat de ander er niet meer is – we zijn ook dankbaar voor
de liefde die we gekend hebben. Voor de troost die we ervaren, waardoor
we ons weer geheeld voelen, al is het maar soms, even. En we weten dat
God ons draagt, als onze Herder en ook ons eens roept als zijn schapen.
Laten we dan in de tijd die ons gegeven is, leven en weten dat God ons
helpt om tot ons recht te komen.
Laten we dan zingen en jubelen met heel ons hart voor de Heer en God danken,
die onze Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus.
Amen. |