Evangelische Roze Vieringen

Overdenking ‘Jonatan en David’
bij 1 Samuël 20

door Fride Bonda

28 augustus 2005

OVERDENKING

Een paar jaar geleden zag ik een film over de Himalaya. Het ging over leiderschap en het speelde in een dorp in de Himalaya. Op het moment dat het oude stamhoofd het leiderschap aan zijn zoon wilde overdragen stierf zijn zoon door een ongeval in het gebergte. Dat was bitter. Wie moest hem opvolgen? Degene die de beste leider zou zijn was de beste vriend van zijn zoon. Voor de oude man is dat onacceptabel; voor hem was de bloedband van meer belang. Zijn kleinzoon is te jong en zijn tweede zoon is monnik in een boeddhistisch klooster en heeft andere aspiraties dan leider van een dorpsgemeenschap te zijn. Een grote spanning verdeelt het dorp. Een hele verwikkeling van verbeten vasthouden aan bloedbanden en langzaam opengaan voor nieuwe mogelijkheden wordt getoond in het imposante gebergte van de Himalaya.

Een soortgelijke verwikkeling zien we in de verhalen van David en Jonatan. Joanthan de zoon van koning Saul, volgens de banden van het bloed de rechtmatige troonopvolger en David, die zoveel furore maakt en met zijn militaire overwinningen de harten van de mensen verovert en gezalfde Gods is. En deze twee mannen zijn zielsverwant.
Jonatan had David lief als zichzelf, als zijn ziel staat in een oude vertaling. Het hebreeuwse woord dat gebruikt wordt voor levensgeest, de bron van je innerlijk leven, van je hartstocht naar liefde, van je verlangen, maar evengoed van je wraakzucht en woede. Je ziel is je wezen, wie je bent. Zo eigen aan een mens.

Zo kwetsbaar is het als je je ziel opent voor een ander. Zo kwetsbaar en teer, dat veel mensen er niet aan durven beginnen. In het verleden werd het in sommige kringen zelfs afgeraden eraan te beginnen. In oude kloosters mochten zusters en broeders geen vriendschap sluiten met elkaar; in strenge protestantse kerken, moesten gelovigen hun vertrouwen op God stellen en niet in mensen. Mensen zijn niet te vertrouwen, geef je hart aan God.

Jonatan en David laten hun vriendschap zien.
Jonatan had David lief als zichzelf, hoe vaak lezen we het niet in dit verhaal, hoe vaak lezen we niet over de trouw en verbondenheid die ze elkaar beloven. Het is zoals de liefde van God voor mensen beschreven wordt; alleen bij God, noem je genegenheid ‘genade’, en blijft de liefde zo abstract. Bij deze twee mannen proef je intentie ervan.
Het brengt je bijna in verlegenheid om getuige te zijn van zoveel innigheid tussen twee mensen, tussen twee mannen.

Het doet je de vraag stellen of jezelf zo’n overgave in vriendschap kent.
Hoe onvoorwaardelijk geef je jezelf aan een ander? Wat laat je aan je vriend, aan je partner zien?
Of raakt dit verhaal aan je verlangen om zo’n innige vriendschap te kennen?

Bij David en Jonatan is hun vriendschap niet vanzelfsprekend. Het is niet voor niets dat ze elkaar zo hun trouw beloven.
Want hun situatie is echt heel spannend. Twee troonpretendenten, ieder met eigen belangen. Zij vinden in elkaar hun zielsverwant, een mooiere vriendschap kun je je niet voorstellen. Maar de omgeving verdraagt deze liefde niet.
Een keuze voor vriendschap kan soms een breuk met je omgeving betekenen; soms moet je kiezen: of je vriendschap of je leefomgeving.
Een koningszoon die het houdt met een herdersjongen, die koning wil zijn, het kan niet. Dit vraagt om moord en doodslag. Saul verdraagt het niet. En het is de vraag of ze het zelf verdragen.
Als we het gesprek volgen tussen de twee vrienden bouwt de spanning zich op: er is angst voor de toekomst, er is vertrouwen er is liefde, maar hoe kun je het vatten. Liever nog wil David gedood worden door zijn vriend Jonatan dan door zijn vader Saul. De spanning wordt zo groot dat ze maar een wandeling gaan maken: Kom laten we het veld ingaan….

Het veld!
Als mensen in het Oude Israël dit zouden horen, zouden ze verstijven!
Het veld is de plaats waarin bijbelse verhalen geroofd, gemoord en verkracht wordt! De plaats waar niemand je ziet.
Er worden pijlen geschoten, maar hier wordt niet gemoord, maar bezworen.
Jonatan en David sluiten een verbond, keer op keer. Deze koningszoon met de herdersjongen. Het lijkt wel een soort huwelijkstrouw die ze elkaar beloven voor het aangezicht van de Eeuwige. Niet om zomaar vroom te zijn, omdat het zo hoort, nee het aanroepen van Gods aanwezigheid kan ruimte geven om verder te kijken dan je verlangen en je eigen belang. Er is ruimte nodig in zo’n spanning, ruimte voor eigen keuzes en eigen wegen en verantwoordelijkheden, die niet altijd samengaan met die van een ander.. En soms kun je de Eeuwige in gedachten brengen om dat weer te weten. In de passie voor een ander, of soms ook in de woede naar een ander

David en Jonatan beloven zorg voor hun gezinnen: als ik er niet meer ben, zorg jij dan voor mijn vrouw en kinderen.
Een verbond, een eed, omdat de situatie zo verwarrend is. Juist omdat al die andere belangen van koning-zijn, van Gezalfde zijn, van vader en echtgenoot zijn, zo aan hen trekken en hun vriendschap onder spanning zet. Al die andere belangen maken het beleven van vriendschap onmogelijk.

Onmogelijke vriendschap, onmogelijke liefde, zoals we die kennen uit de melancholieke muziek en fado’s uit Portugal, zoals we die kennen uit een boek als Anna Karenina van Tolstoj; waar een vrouw kiest om de hartstocht voor haar geliefde te volgen door man en kind te verlaten. In prachtige psychologische beschouwingen wordt duidelijk dat haar keuze nooit geaccepteerd wordt door de omgeving; en Anna kiest uiteindelijk verzuurd en vereenzaamd voor de dood.
Er zijn zoveel onmogelijke liefdes. Het verhaal nodigt in onze tijd uit om te denken aan de liefdes van mannen voor mannen, en vrouwen voor vrouwen, wettelijk geaccepteerd, maar zo vaak niet door de omgeving.

Alleen zielsverwant, alleen liefde is blijkbaar niet altijd grond voor samenleven met een ander en met anderen.

Met veel zoenen en tranen gaan David en Jonatan uit elkaar.
Hun verbondenheid is groot, maar daar staren ze zich niet blind op. Ze zijn ook verbonden met anderen en daarin moeten ze kiezen.

We moeten keuzes maken, ons leven lang. En maak je zelf geen keus, dan een ander wel.
Je bent nooit alleen, nooit alleen met je tweeën, nooit volledig één, altijd twee. Jij en ik, jij met je eigen belang en je eigen pijn, je eigen vreugde.
De ziel verbonden, maar het leven niet, omdat je leeft te midden van zoveel andere levens, zoveel andere belangen, zoveel andere liefdes voor mensen en zaken.
Ik en jij en de ander en daartussen de ruimte van het heilige.
Ruimte Gods die inspireert om verder te kijken dan de grenzen van je leven, die kracht oproept om de volheid en onvolkomenheid van het leven te dragen.


 

Contact