Evangelische Roze Vieringen

Overdenking bij Psalm 42 en Matteüs 5: 1-12

door Gea Voerman

26 september 2004

Lezingen:
Psalm 42 en
Matteüs 5: 1-12

OVERDENKING

Psalm 42:

Een gesprek van een mens vol emoties met zichzelf.
Hij probeert zijn emoties en angsten de baas te blijven, door met zijn verstand te werken, en te vertrouwen op God, die hem nog nooit in de steek liet.
Het opschrift is:

1. Voor de dirigent: een hymne ten behoeve van de Korachieten.
Dat wil zeggen dat dit lied van een ziel in aanvechting ook in de tempel is gezongen. Daar een plaats heeft in de dienst aan God.

2. Zoals een hert hunkert naar beken vol water, zó hunkert mijn ziel naar U, o God!
3. Mijn ziel smacht naar God, naar de levende God...
wannéér mag ik komen en verschijnen voor Gods aangezicht?
4. Mijn tranen zijn me tot voedsel, dag èn nacht,
als ze me altijd maar zeggen: Waar is nu je God?
...

5. Deze dingen zal ik me herinneren, en in mij overdenken:
hoe ik steeds door de menigte ging en samen met hen optrok naar het huis van God, op het geluid van gejubel en een zangkoor... terwijl de menigte danste in kringen.
...
6. Wat ben je toch terneergeslagen, mijn ziel, en wat ben je onrustig in mij!
Stel je vertrouwen op God, want ik wil Hem toch prijzen,
om (alle) keren dat mijn God mij heeft geholpen...
...
7. Mijn ziel is terneergeslagen in mij, daarom wil ik aan U denken,
vanuit het land bij de Jordaan, vanaf de berg Hermes, en vanaf de 'kleine berg'...
8. De diepten roepen elkaar toe, tot het klinkt als Uw watervallen,
heel Uw branding en Uw baren overdonderen mij...
...
9. Overdag houdt de Aanwezige mij aan Zijn trouw,
en 's nachts (zingt) er een lied voor Hem in mij...
een gebed voor de God van mijn leven!
10. Laat mij maar tot God, mijn rots, zeggen: 'Waarom hebt U mij in de steek gelaten, waarom moet ik in rouw verkeren door hatelijk getreiter?'
11. Ik zou ze kunnen vermoorden, als mijn belagers mij smaden,
doordat ze steeds maar tegen me zeggen: 'Waar blijft nu je God?'
...
12. Wat ben je toch terneergeslagen, mijn ziel, en wat ben je onrustig in mij!
Stel je verwachting op God, want toch wil ik Hem danken voor (alle) keren dat mijn God mij heeft geholpen...

Matteüs 5: 1 - 12

Jezus heeft zijn eerste wonderen en genezingen gedaan, en heel de tijd volgt de menigte Hem op de voet. Maar ook Hij moet af en toe tijd nemen en afstand, en vooral: bidden... Daarvoor gaat Hij de berg daar op. We lezen hoe het verder gaat:
Toen Jezus de menigten zag, ging Hij de berg op, en toen Hij daar zat, kwamen Zijn leerlingen naar Hem toe, en Hij deed Zijn mond open en onderwees ze aldus:
Gefeliciteerd, als je arm bent aan geest...
want van hen is het koninkrijk der hemelen
gefeliciteerd, als je in de rouw bent!
Want zij zullen getroost worden.
Gefeliciteerd, als je vergevingsgezind bent,
Want hen is de aarde toegedacht.
Gefeliciteerd, als je hongert en dorst naar de gerechtigheid,
Want zij zullen hun verlangen vervuld zien...
Gefeliciteerd, als je vol meeleven bent...
Want zij zullen medeleven ondervinden.
Gefeliciteerd, als je zuiver van hart bent...
Want zij zullen God zien.
Gefeliciteerd, als je vrede sticht,
Want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Gefeliciteerd, als je vervolgd bent om wille van gerechtigheid,
Want van hen is het koninkrijk der hemelen.
Wees gefeliciteerd, als ze jullie belasteren en vervolgen en allerhande kwaad over jullie vertellen (allemaal leugens) om Mijnentwil.
Verheug je, en prijs je gelukkig, want jullie loon is in de hemel hoog...
immers:
op deze manier vervolgden ze de profeten vóór jullie...

Genade en vrede van God onze Vader, onze Moeder, door de heilige Geest van Jezus, onze Heer en Heiland.

Lieve mensen van God,

Op dit moment zijn er mensen die er naar hunkeren, die er naar smachten om hier te zijn. Mensen uit onze eigen kring, die te ziek, te bang, te gewond zijn - naar lichaam of ziel - om te komen, en samen met ons op te gaan naar het huis van God. Waar je kunt zingen en dansen, al heb ik dat laatste hier nog niet veel zien doen... God woont immers op de lofzang van Zijn volk, staat er in psalm 22, dus zeker is het ook hier een huis van God.
Sommigen van onze vriendinnen en vrienden zullen net als de dichter van psalm 42 terug denken aan de goede dagen, waarop ze hier wel waren, en zongen, in de handen klapten, blij waren met elkaar en met God, in welke volgorde dan ook.
En dan mag je maar hopen, dat ze tegen zichzelf zeggen, in een sombere bui: Vertrouw op God, want ik vind dat ik tóch nog redenen heb om Hem te prijzen, in al mijn ellende en misère, waarin het voelt alsof de diepten waarin ik verzink elkaar al toeroepen dat ik er aan kom, zodat ik maar niet ontsnappen zal...

Als je onbereikbaar ver van het huis van God bent, als de branding en baren van het leven je overdonderen, en je geen kant meer opkunt, ik denk opeens aan het geweld dat iemand overkomt die aan het surfen is, je ziet dat soms op de TV, en je houdt je hart vast: als dat maar goed gaat!... en soms halen ze het niet, en dan kunnen ze behoorlijk gebeukt en bont en blauw uit het water komen... nou, zo adembenemend kan het leven zijn. Ook het leven met God.
Terwijl om je heen de wereld gewoon door gaat.
Terwijl mensen zeggen: Hé, jij bent toch Christen?
Dan moet jou toch zo iets niet overkomen?
Zorgt die God van jou dan niet voor je?
Houdt zeker niet van jouw soort!

En dan nog, dan nóg eindigt psalm 42 met: stel je verwachting op God, want tóch wil ik Hem danken voor alle keren dat mijn God mij geholpen heeft...

Als zoiets kan moet er toch méér zijn in deze God, dan alleen die steun.
Dan moet er een diepere relatie zijn, dan een van helpen en geholpen worden, van zingen en bezongen worden...

We zien het in het begin: hier is iemand die hunkert naar Gods nabijheid. Ik smacht naar God, naar de levende God.
Wanneer mag ik komen voor Zijn aangezicht, wanneer mag ik Hem eindelijk zien? Als je écht weet wat dorst is, wat snakken is, dan kun je je dat gevoel voorstellen...
Daar is sprake van een persoonlijke relatie, dat kan niet anders.
Een relatie met iemand die werkelijk is, die levend is.
Een relatie met iemand die iets met je doet.
Waar je om geeft.
Die om jou geeft.
Wat er ook gebeurt. Hoe je ook in elkaar zit.

Mijn lief vertelde me laatst over een collega, lang geleden, toen dit hier allemaal nog onbestaanbaar was, en die aan het eind van een eenzaam leven zei: ik heb nooit gezondigd, maar ik heb eindeloos gesmacht.

Dat knijpt je keel dicht: die eenzaamheid, maar ook: de gedachte dat omwille van de God die Zelf hunkert naar een relatie met ie-der van ons, mensen elkaar met de beste bedoelingen verbieden om van elkaar te houden, om redenen die lang geleden in een andere cultuur, in de opbouw van een volk in wording, en in gevaarlijke omstandigheden zinvol mogen zijn geweest, maar die nu allang geen nut meer hebben.
Daar kun je zo verdrietig van worden. Moedeloos ook, soms.
Op de radio hoorde ik deze week nog weer in een interview iemand vertellen dat homosexualiteit in de kerken echt niet wordt geaccepteerd, en dat er dan nergens plaats is voor die mensen.
En dan denk je: Hallo! Zo simpel is het niet, en als het wel zo simpel was, dan waren Dignity en de Charismaatjes hier er toch nog! Je neemt je voor op te bellen, maar ja, ik was aan het koken, en dan vergeet je prompt weer wat en hoe. Ik wel, tenminste.
Gelukkig zijn er veel gemeenten, waar men wel wat heeft geleerd van Gods liefde voor alle mensen. En zelfs daar kun je je eenzaam voelen. En ook daarom zijn we hier. En dat is fijn, maar droevig...
Maar dan nog, dan nog is daar die zin aan het eind van de psalm, die zegt: Overdag houdt de Aanwezige mij aan Zijn trouw, en 's nachts zingt er een lied voor Hem in mij, een gebed voor de God van mijn leven...
Dat is zo mooi: overdag heb je je verstand, en dat mag je gebrui-ken om er aan te denken dat God je tenminste trouw is.
En Godzelf herinnert je er aan.
Maar 's nachts, als je verstand slaapt, en de onverwerkte angsten op de loer liggen om het je moeilijk te maken, dan zingt er een lied in je, een lied dat voor je bidt, een lied dat je in leven houdt.
Dat je beschermt. Zo werkt de Heilige Geest vaak. Heel stil.
Maar zeker.
Kennen jullie het nog: Laat mij slapend op U wachten, Heer, dan slaap ik zo gerust... enzovoort.
Het mooie is, dat deze psalm, waarin de mens moet vechten tegen somberheid en negativiteit, ook is opgenomen in de liederen-bundel van de tempel. Dat betekent dat deze verscheurdheid een menselijk gegeven is, dat er zijn mag.
We hoeven niet altijd van die modelgelovigen te zijn, die steeds Halleluja Amen! roepen op alles wat ze overkomt.
Maar we worden wel aangemoedigd ons verstand in te schakelen, als ons gevoel ons lam legt. En dat is goed.
Want je kunt zo dorsten naar God, en toch niet bij de bron komen.
Lijkt het.
Dan is het goed te weten dat die dorst soms ook door God Zelf wordt opgewekt. In Amos 8:11 Zie, de dagen komen' - godsspraak van de Heer GOD - `dat Ik honger breng in het land, geen honger naar brood, geen dorst naar water, maar om het woord van de HEER te horen.
En dat betekent dat dit verlangen naar het onbekende, naar het verre dat zo dichtbij kan zijn, door God in ons leven is gelegd.
Dat Hij wíl dat we naar Hem verlangen.
Dat we door het verlangen soms dichter bij Hem zijn dan ooit.

Ik weet niet of jullie dat kennen, van die tijden dat je haast op Gods knie zit, en dat alles goed en warm is... Dat is heerlijk, maar het gevaar is dat je geestelijk lui wordt. Dat je denkt dat je er bent, dat je vergeet het contact te onderhouden...
In een huwelijk of een lange relatie heb je dat ook wel eens: dat de liefste eerder de lap wordt waaraan je je pen afveegt, dan degene voor wie je je liefdeslied schrijft. Dan moet er wel weer iets gebeuren aan de relatie.

En zo is het voor onze relatie met God ook goed, dat we vandaag bij Hem aan tafel aanschuiven. Ook al maken we er een lopend buffet van: je staat weer op een andere manier bij elkaar stil.
De deur gaat straks open naar de opperzaal in Jeruzalem, en we zijn er als gemeenschap en als kinderen van God bíj als de Heer tegen Zijn geliefden - en dus ook tegen ons zegt: Hier: mijn lichaam, voor jullie gebroken... Zo neemt Hij ons mee naar de Goede Vrijdag, naar het Kruis, waar Hij het offerlam is van de Paasmaaltijd, en waar Zijn bloed het Nieuwe Verbond onder-tekent, waarmee ons leven voor altijd is vrijgekocht.
Even, heel even zijn we in de Hemel, waar we met de Engelen het Heilig zingen, en vanuit die ervaring kunnen we straks, later, weer vechten tegen gevoelens van onzekerheid en ellende, tegen ziekte en dood, tegen angst en pijn...
Maar vanuit die ervaring mogen we ook verder gaan.
Mogen we op onze bescheiden plaats vredestichters zijn, mogen we hunkeren, hongeren en dorsten naar gerechtigheid, en daar iets aan doen.
Want God neemt ons het roer en het werk niet uit handen: Ze wijst de Weg.
De Geest wijst op Jezus, Jezus wijst op Zijn Vader in de hemel, en deze God met vele kanten wil ook onze Vader en Moeder, Zuster en Broeder, Gids en LeidsVrouwe zijn.
En zo, zó mogen wij net als Jezus worden, die 't ons heeft voor-gedaan, en mensen meer geven dan waar ze recht op hebben:
wij mogen werken aan gerechtigheid.
Door met Gods ogen naar mensen te kijken, door mensen met liefde en goede wil te benaderen, door voor mensen te bidden, al zouden we maar zeggen: Heer, ik kan die-en-die niet uitstaan, maar wilt U het goede voor hem of haar doen, dan weerkaatsen we al een beetje het licht van God. Dan kunnen mensen een beetje aan ons zien, hoe God is. En dan wordt de vrienden- en vriendinnenclub van de Heer steeds groter en rijker. Dan wordt er vrede gesticht... 
En wij?
Wij genieten er van mee.
Gefeliciteerd, als je bij Jezus horen wilt.
Niet altijd makkelijk, maar wel de moeite waard.
Amen.


© 2004: Gea Voerman/ERV, webmasters: Michael/Thom
De oorsprong van de bijbeltekst is niet geheel duidelijk; waarschijnlijk is het een eigen vertaling van Gea Voerman.

terug naar de voorpagina  druk deze pagina af  zoek op deze site  ga naar de inhoudsoverzicht van deze site  stuur een email aan de ERV