|
Psalm
42:
Een gesprek van een mens vol emoties
met zichzelf.
Hij probeert zijn emoties en angsten de baas te blijven, door met zijn
verstand te werken, en te vertrouwen op God, die hem nog nooit in de steek
liet.
Het opschrift is:
1. Voor de dirigent: een hymne ten behoeve
van de Korachieten.
Dat wil zeggen dat dit lied van een ziel in aanvechting ook in de
tempel is gezongen. Daar een plaats heeft in de dienst aan God.
2. Zoals een hert hunkert
naar beken vol water, zó hunkert
mijn ziel naar U,
o God!
3. Mijn ziel smacht naar God, naar de levende
God...
wannéér mag ik komen en verschijnen voor Gods
aangezicht?
4. Mijn tranen zijn me tot voedsel,
dag èn nacht,
als ze me altijd maar zeggen: Waar
is nu je God?
...
5. Deze dingen zal ik me herinneren,
en in mij overdenken:
hoe ik steeds door de menigte
ging en samen met hen optrok naar het huis van God, op het geluid
van gejubel en een zangkoor...
terwijl de menigte danste in kringen.
...
6. Wat ben je toch terneergeslagen, mijn ziel, en wat ben
je onrustig in mij!
Stel je vertrouwen op God, want ik wil
Hem toch prijzen,
om (alle) keren dat mijn God mij heeft geholpen...
...
7. Mijn ziel is terneergeslagen in mij, daarom wil ik aan U
denken,
vanuit het land bij de Jordaan, vanaf de berg
Hermes, en vanaf de 'kleine berg'...
8. De diepten roepen elkaar toe, tot het
klinkt als Uw watervallen,
heel Uw branding en Uw baren overdonderen
mij...
...
9. Overdag houdt de Aanwezige mij
aan Zijn trouw,
en 's nachts (zingt) er een lied
voor Hem in mij...
een gebed voor de God van mijn leven!
10. Laat mij maar tot God, mijn
rots, zeggen: 'Waarom hebt U mij in de steek gelaten, waarom moet
ik in rouw verkeren door hatelijk getreiter?'
11. Ik zou ze kunnen vermoorden, als mijn belagers mij smaden,
doordat ze steeds maar tegen me zeggen: 'Waar
blijft
nu je God?'
...
12. Wat ben je toch terneergeslagen, mijn ziel, en wat ben je onrustig
in mij!
Stel je verwachting op God, want toch wil ik Hem danken voor (alle)
keren dat mijn God mij heeft geholpen... Matteüs 5: 1 - 12
Jezus heeft zijn eerste wonderen en genezingen gedaan, en heel de
tijd volgt de menigte Hem op de voet. Maar ook Hij moet af en toe tijd
nemen en afstand, en vooral: bidden... Daarvoor gaat Hij de berg daar
op. We lezen hoe het verder gaat:
Toen Jezus de menigten zag, ging Hij de berg op, en toen Hij daar zat,
kwamen Zijn leerlingen naar Hem toe, en Hij deed Zijn mond open en onderwees
ze aldus:
Gefeliciteerd, als je arm bent
aan geest...
want van hen is het koninkrijk der hemelen
gefeliciteerd, als je in de
rouw bent!
Want zij zullen getroost worden.
Gefeliciteerd,
als je vergevingsgezind bent,
Want hen is de aarde toegedacht.
Gefeliciteerd,
als je hongert en dorst
naar de gerechtigheid,
Want zij zullen hun verlangen vervuld
zien...
Gefeliciteerd,
als je vol meeleven bent...
Want zij zullen medeleven ondervinden.
Gefeliciteerd,
als je zuiver van hart
bent...
Want zij zullen God zien.
Gefeliciteerd,
als je vrede sticht,
Want zij zullen kinderen van God
genoemd worden.
Gefeliciteerd,
als je vervolgd bent om wille van gerechtigheid,
Want van hen is het koninkrijk der hemelen.
Wees gefeliciteerd, als ze jullie
belasteren en vervolgen en allerhande kwaad over
jullie vertellen (allemaal leugens) om Mijnentwil.
Verheug je, en prijs je gelukkig,
want jullie loon is in de hemel hoog...
immers:
op deze manier vervolgden ze de profeten
vóór jullie... |
Genade en vrede
van God onze Vader, onze Moeder, door de heilige Geest van Jezus, onze Heer
en Heiland.
Lieve mensen van God,
Op dit moment zijn er mensen die er naar hunkeren, die er naar smachten
om hier te zijn. Mensen uit onze eigen kring,
die te ziek, te bang, te gewond
zijn - naar lichaam of ziel - om te komen, en samen met ons op
te gaan naar het huis van God. Waar je kunt
zingen en dansen, al heb ik dat laatste hier nog niet veel zien
doen... God woont immers op de lofzang van Zijn volk, staat er in psalm 22,
dus zeker is het ook hier een huis van God.
Sommigen van onze vriendinnen en vrienden zullen net als de dichter van psalm
42 terug denken aan de goede dagen,
waarop ze hier wel waren, en zongen, in de handen klapten, blij
waren met elkaar en met God, in welke
volgorde dan ook.
En dan mag je maar hopen, dat ze tegen zichzelf zeggen, in een sombere
bui: Vertrouw op God, want ik vind dat ik
tóch nog redenen heb om Hem te prijzen,
in al mijn ellende en misère, waarin het voelt alsof de diepten
waarin ik verzink elkaar al toeroepen dat ik er aan kom, zodat ik maar
niet ontsnappen zal...
Als je onbereikbaar ver van het huis van God bent, als de branding
en baren van het leven je overdonderen, en je geen kant meer opkunt,
ik denk opeens aan het geweld dat iemand overkomt die aan het surfen
is, je ziet dat soms op de TV, en je houdt je hart vast: als dat maar
goed gaat!... en soms halen ze het niet, en dan kunnen ze behoorlijk
gebeukt en bont en blauw
uit het water komen... nou, zo adembenemend kan het leven zijn.
Ook het leven met God.
Terwijl om je heen de wereld gewoon door gaat.
Terwijl mensen zeggen: Hé, jij bent toch Christen?
Dan moet jou toch zo iets niet overkomen?
Zorgt die God van jou dan niet voor je?
Houdt zeker niet van jouw soort!
En dan nog, dan nóg eindigt psalm 42 met: stel je verwachting op God,
want tóch wil ik Hem danken voor alle keren dat mijn God mij geholpen
heeft...
Als zoiets kan moet er toch méér zijn in deze God, dan alleen die steun.
Dan moet er een diepere relatie zijn, dan een van helpen en
geholpen worden, van zingen
en bezongen worden...
We zien het in het begin: hier is iemand die hunkert naar Gods
nabijheid. Ik smacht naar God, naar
de levende God.
Wanneer mag ik komen voor Zijn aangezicht, wanneer mag ik Hem eindelijk
zien? Als je écht weet wat dorst is, wat snakken is, dan kun je je
dat gevoel voorstellen...
Daar is sprake van een persoonlijke relatie,
dat kan niet anders.
Een relatie met iemand die werkelijk is, die levend
is.
Een relatie met iemand die iets met je doet.
Waar je om geeft.
Die om jou geeft.
Wat er ook gebeurt. Hoe je ook in elkaar zit.
Mijn lief vertelde me laatst over een collega, lang geleden, toen dit
hier allemaal nog onbestaanbaar was,
en die aan het eind van een eenzaam leven zei: ik
heb nooit gezondigd, maar ik heb eindeloos gesmacht.
Dat knijpt je keel dicht: die eenzaamheid,
maar ook: de gedachte dat omwille van de God die Zelf hunkert
naar een relatie met ie-der van ons, mensen elkaar met
de beste bedoelingen verbieden om van elkaar te houden, om redenen
die lang geleden in een andere cultuur, in de opbouw van een
volk in wording, en in gevaarlijke
omstandigheden zinvol mogen zijn geweest, maar die nu
allang geen nut meer hebben.
Daar kun je zo verdrietig van worden.
Moedeloos ook, soms.
Op de radio hoorde ik deze week nog weer in een interview iemand vertellen
dat homosexualiteit in de kerken echt niet wordt geaccepteerd, en dat
er dan nergens plaats is voor die mensen.
En dan denk je: Hallo! Zo simpel
is het niet, en als het wel zo simpel was, dan waren Dignity
en de Charismaatjes hier
er toch nog! Je neemt je voor op te bellen, maar ja, ik was aan het
koken, en dan vergeet je prompt weer wat en hoe.
Ik wel, tenminste.
Gelukkig zijn er veel gemeenten, waar men wel wat heeft geleerd
van Gods liefde voor alle mensen. En zelfs daar kun je je eenzaam
voelen. En ook daarom zijn we hier. En dat is fijn, maar droevig...
Maar dan nog, dan nog is daar die
zin aan het eind van de psalm, die zegt: Overdag
houdt de Aanwezige mij aan Zijn trouw,
en 's nachts zingt er een lied voor Hem in mij, een gebed voor
de God van mijn leven...
Dat is zo mooi: overdag heb je je
verstand, en dat mag je gebrui-ken om er aan te denken dat God
je tenminste trouw is.
En Godzelf herinnert je er aan.
Maar 's nachts, als je verstand slaapt, en de onverwerkte angsten
op de loer liggen om het je moeilijk te maken, dan zingt er
een lied in je, een lied dat voor je bidt,
een lied dat je in leven houdt.
Dat je beschermt. Zo werkt de Heilige Geest vaak. Heel stil.
Maar zeker.
Kennen jullie het nog: Laat mij slapend op U wachten, Heer, dan slaap
ik zo gerust... enzovoort.
Het mooie is, dat deze psalm, waarin
de mens moet vechten tegen somberheid en negativiteit, ook is opgenomen
in de liederen-bundel van de tempel. Dat
betekent dat deze verscheurdheid een menselijk gegeven is, dat er zijn
mag.
We hoeven niet altijd van die modelgelovigen
te zijn, die steeds Halleluja Amen!
roepen op alles wat ze overkomt.
Maar we worden wel aangemoedigd ons verstand in te schakelen,
als ons gevoel ons lam legt. En dat
is goed.
Want je kunt zo dorsten naar God, en
toch niet bij de bron komen.
Lijkt het.
Dan is het goed te weten dat die dorst soms ook door
God Zelf wordt opgewekt. In Amos 8:11
Zie, de dagen komen' - godsspraak van de Heer GOD - `dat Ik honger
breng in het land, geen honger naar brood, geen dorst
naar water, maar om het woord van de
HEER te horen.
En dat betekent dat dit verlangen naar het onbekende, naar het
verre dat zo dichtbij kan zijn, door
God in ons leven is gelegd.
Dat Hij wíl dat we naar Hem verlangen.
Dat we door het verlangen soms dichter bij Hem zijn dan
ooit.
Ik weet niet of jullie dat kennen, van die tijden dat je haast
op Gods knie zit, en dat alles goed en warm is... Dat is
heerlijk, maar het gevaar is dat je geestelijk
lui wordt. Dat je denkt dat je er bent,
dat je vergeet het contact te onderhouden...
In een huwelijk of een lange relatie heb
je dat ook wel eens: dat de liefste
eerder de lap wordt waaraan je je pen afveegt, dan degene voor
wie je je liefdeslied
schrijft. Dan moet er wel weer iets gebeuren aan de relatie.
En zo is het voor onze relatie met God ook goed,
dat we vandaag bij Hem aan tafel aanschuiven. Ook al maken we er een
lopend buffet van: je staat weer op een andere manier
bij elkaar stil.
De deur gaat straks open naar de opperzaal in Jeruzalem,
en we zijn er als gemeenschap en als kinderen van God bíj
als de Heer tegen Zijn geliefden - en dus ook tegen ons zegt: Hier:
mijn lichaam, voor jullie gebroken...
Zo neemt Hij ons mee naar de Goede Vrijdag, naar het Kruis,
waar Hij het offerlam is van de Paasmaaltijd,
en waar Zijn bloed het Nieuwe Verbond
onder-tekent, waarmee ons leven voor altijd is vrijgekocht.
Even, heel even zijn we in de Hemel,
waar we met de Engelen het Heilig zingen,
en vanuit die ervaring kunnen we straks, later, weer vechten
tegen gevoelens van onzekerheid en ellende, tegen ziekte
en dood, tegen angst en pijn...
Maar vanuit die ervaring mogen we ook verder gaan.
Mogen we op onze bescheiden plaats vredestichters
zijn, mogen we hunkeren, hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
en daar iets aan doen.
Want God neemt ons het roer en het werk niet
uit handen: Ze wijst de Weg.
De Geest wijst op Jezus,
Jezus wijst op Zijn Vader in de hemel,
en deze God met vele kanten wil ook
onze Vader en Moeder, Zuster en Broeder, Gids en LeidsVrouwe zijn.
En zo, zó mogen wij net als Jezus worden, die 't ons heeft voor-gedaan,
en mensen meer geven dan waar ze recht op hebben:
wij mogen werken aan gerechtigheid.
Door met Gods ogen naar mensen te kijken, door mensen met liefde
en goede wil te benaderen, door voor mensen te bidden,
al zouden we maar zeggen: Heer, ik kan die-en-die niet uitstaan, maar
wilt U het goede voor hem of haar doen, dan
weerkaatsen we al een beetje het licht van God. Dan kunnen mensen
een beetje aan ons zien, hoe
God is. En dan wordt de vrienden- en vriendinnenclub van de Heer steeds groter
en rijker. Dan wordt er vrede gesticht...
En wij?
Wij genieten er van mee.
Gefeliciteerd, als je bij Jezus horen wilt.
Niet altijd makkelijk, maar wel de moeite waard.
Amen. |