OVERDENKING
Ik herinner me uit mijn kindertijd de kerstfeesten van de zondagsschool. We hadden daar een rasverteller, die voor het ‘vrije’ Kerstverhaal altijd uitpakte met een tranentrekker: hoe vader en dochter uit elkaar waren gegroeid door een of ander conflict, en dat vader een eenzame kerst zou moeten doorbrengen, en dat het natuurlijk bitter koud was, buiten, én in zijn hart, maar dat alles toch nog net op tijd goed kwam, op kerstavond. Na afloop van zo’n zondagsschoolkerstfeest kwam je ‘happy’ thuis, met je boekje en je sinaasappel.
Kerstverhalen moeten, net als sprookjes, een happy end krijgen. Gisteren maakte ik een minder gelukkig eind mee: voor een Bosnische Jozef, Maria en hun kindeke hadden we het weekend ervoor nog wel een plaatsje in de overvolle opvangplekken weten te vinden, zij het gescheiden:
Moeder en kind bij de zusters Augustinessen en vader bij de Leger des Heils-opvang aan de Sixhaven. Maar gisteren stokte de vervolgopvang. Deels door hun eigen schuld (vertrokken uit Bosnië zonder dat hun kind geregistreerd stond) en daardoor de onwil van de officiële instanties om verder te helpen. Onvoldoende gedocumenteerd, heet dat. Als je zo’n familie in het naderende donker van de Kerstavond ziet vertrekken, voelt dat niet goed, zeker niet in de Kersttijd waarin alles toch ‘goed’ moet komen. En het vooral gezellig moet zijn. En een familiefeest.
Wij zitten hier, ieder voor zich, misschien wel met een zelfde gevoel. Wellicht zijn er ook conflicten geweest die ons van anderen hebben vervreemd, of hebben we mensen verloren, aan de dood of aan het leven, waardoor we uitgerekend hier het Kerstfeest doorbrengen en niet temidden van de familie.
Er zijn er misschien voor wie dit de eerste Kerst is die op deze manier wordt doorgebracht en die hopen dat volgend jaar alles anders is, beter.
Maar hier mogen we ons veilig weten. Onder elkaar, als homo’s en lesbo’s, als flikkers en potten, als mensen out of the closet of nog steeds noodgedwongen in de kast. We zingen dat het een lieve lust is, we zingen ons het geloof te binnen dat God ons nieuwe kansen geeft, telkens weer. Hier vormen we een kerkgemeenschap van mensen naar Gods hart. Dat zeg ik er nadrukkelijk bij. We zijn allemaal ‘mensen naar Gods beeld’, maar als homogemeenschap ook mensen naar Gods hart.
Komt, verwondert u hier, mensen,
ziet hoe dat u God bemint.
God moet wel geweldig van ons houden, dat Hij ons zó en niet anders gemaakt heeft. Dat wij in staat zijn tot het geven en ontvangen van zo’n eigen aardige liefde. Ik hoop dat het ons bij uitstek gevoelig maakt voor wie verstoten en veracht worden. Ik ben me er zelf gaandeweg van bewust geworden dat die gevoeligheid mij in staat stelt me in de positie van anderen in te leven. En dat ik niet bang hoef te zijn daar voor uit te komen. I am gay and I am happy. Het is geen last op mijn schouder, eerder een door God gegeven mogelijkheid om mensen nabij te zijn.
Ik had de afgelopen weken een paar bijzondere ervaringen. Ik heb te maken met een groeiende groep illegalen, heel wat mooie, jonge mannen (maakt me dat gevoeliger?), maar ook vrouwen en kinderen, die niets anders hebben misdaan dan dat ze zonder geldige verblijfsdocumenten in ons land een heenkomen hebben gezocht. Die al zo lang hier verblijven dat ze ontworteld zijn uit hun land van herkomst en de kinderen zo geïntegreerd dat het onverantwoord is ze terug te sturen naar een land en een cultuur die ze hoogstens kennen uit de verhalen van hun ouders.
Ze kwamen bij elkaar in de Nassaukerk. En de kerk stroomde op een doordeweekse dag vol met meer dan 300 mensen, waar op zondag hooguit zo’n zestig kerkgangers komen. Ik heb daar tegen hun gezegd dat de kerk een veilige plek is, dat binnen deze muren zondag aan zondag wordt verkondigd dat God barmhartig is en vooral oog heeft voor de arme en de vreemdeling. En dat wij, als tradities van het Boek, - christenen, joden en moslims - dat ook buiten de muren van een kerk, synagoge of moskee waar moeten maken.
Een paar dagen later ontmoette ik vijf mannen uit
Djakarta die daar werkzaam zijn in de aids-preventie onder jongensprostitués.
Moslims, die leven en werken onder een groot taboe: homoseksualiteit en
hun islamitisch geloof. Eerlijk gezegd vond ik dat hun eigen geaardheid
er zo ongeveer vanaf spatte;
ik heb er, naast een zwoele blik, een zelfgemaakt,
fonkelend aids-lintje aan overgehouden. Ze zouden later het nachtleven
in Amsterdam nog gaan verkennen.
In het gesprek waren ze vooral geïnteresseerd in hoe je als christen in Nederland durft uit te komen voor je homoseksuele geaardheid en hoe je het aandurft om bijbelteksten in een nieuw licht te plaatsen. Ik heb ze uitgedaagd dat ook met en vanuit de Koran te doen.
De avond daarna mocht ik tijdens een adventsmaaltijd in de Thomaskerk geld bij elkaar bedelen voor een project voor aids-wezen in Johannesburg. Het leverde spontaan de hoogste opbrengst sinds jaren op. Goddank, er zijn kerken waar ons hart niet wordt geblokkeerd door vooroordelen. Wij zijn de schaamte voorbij.
Ons bestaan speelt zich niet blijvend in het donker af. We mogen uit de ‘darkroom’ van ons leven komen en in het licht staan van Gods bedoelingen. We mogen leven in het licht van de Messias.
In de profetie van Jesaja wordt die gezalfde van God aangekondigd als één die het juk waar mensen aan onderdoor gaan, in stukken breekt. Waar dreunend stampende laarzen en met bloed bevlekte mantels worden verbrand: waar vijandschap, laat staan oorlog, niet langer plaatsvindt. Kind ons geboren, zoon ons gegeven, jubelt Jesaja. Welke zoon? Elke nieuwgeboren troonopvolger luidde een nieuwe belofte in: Misschien dat deze het er beter van afbrengt dan zijn vader. De heerschappij rust op zijn schouders, en men zal zijn naam roepen: Man naar Gods hart, rolmodel van de eeuwige Vader, Vorst van vrede. Die profetie was bedoeld voor de korte termijn. Maar elke nieuwe gezalfde loste die belofte niet in, bracht er niets van terecht. Bracht het volk niet terecht.
Het lijkt wel alsof dat geldt voor elke machthebber die zich aandient, dat elke machthebber zijn macht misbruikt. Afrikaanse dictators verrijken zich met miljarden ontwikkelingsgelden of de verkoop van diamanten en laten hun volk verhongeren, barsten, stikken. De hongersnood in Ethiopië en in Zuidelijk Afrika was al lang tevoren voorzien. Maar wie levert de wapens waarmee het ene volk het andere bedreigt? Het lijkt erop dat zelfs Nederlandse bedrijven aan Saddam Hoessein de grondstoffen hebben geleverd voor massavernietigingswapens. Hoe kan iemand als Bush, met zulke grote oliebelangen, aan het hoofd staan van een zogenaamde vrije wereld om zonder de schijn van eigenbelang de democratische waarden te verdedigen? Om de christelijke wereld voor te gaan in een nieuwe kruistocht?
Wordt straks de wereld weer door het duister overvallen? Waar gaat het licht der lichten op? Wie is die koning van de Vrede? De bijbel, de christelijke traditie waarin wij staan, heeft gewezen op Jezus. Die was het. Het begon in het klein, met een man uit Nazareth, een onooglijke plek, in het land van het gajus (de gojim); met zijn ondertrouwde vrouw, en een kind dat haar als het ware in de schoot is gevallen. Een kind dat geboren werd op een plek waar een os en een ezel toekijken, waar ruwe herders de eerste getuigen zijn en koningen het nakijken hebben. Dat is niet alléén een interpretatie achteraf. Het is een verhaal met een dubbele bodem. Opgeschreven door evangelisten in de tijd dat de eerste christelijke gemeenten vochten voor hun voortbestaan in een vijandige omgeving. Mensen, opgejaagd, voor de leeuwen gegooid. Gewantrouwd om hun vreemde rituelen: brood en wijn als zou het lichaam en bloed van hun gekruisigde Messias zijn. Een stelletje ‘losers’.
Het evangelie vertelt over ‘verliezers’ die ‘winnaars’ zullen zijn: wie zijn leven durft te verliezen, zal het winnen. Wie durft te geven wat hij heeft, die zal leven. Wie durft te delen. Het evangelie vertelt hoe iemand dat heeft vóórgedaan: Jezus Christus, die wij noemen onze Heer en Heiland, onze broeder, tochtgenoot. Man naar Gods hart. Opdat wij naar hem zouden aarden en mensen van Gods hart zouden zijn. En dat zijn wij, zei ik eerder al. Daartoe zijn wij geroepen én aangenomen! Om te delen met elkaar, als mensen naar Gods hart, vredelievend. Waar het om gaat is dat wij dat niet afschuiven op anderen: zij eerst, en pas wij daarna. Nee, omgekeerd:
Dat wij behoeders worden van het broze
en van het simpele en argeloze,
van al wat ongezien lijkt en verloren,
geminacht en voor ongeluk geboren.
Waarom? Omdat wij weten van broosheid en kwetsbaarheid, van minachting en ongeluk, én dat wij geen ‘losers’ zijn, maar ‘méér dan overwinnaars zijn door Hem die ons kracht geeft.’
Gezegend Kerstfeest!